Dorstlezer: Langverwacht fietspad Dorst gaat er komen

Na lang getouwtrek in de gemeente lijkt het nu onafwendbaar dat er een fietspad wordt aangelegd tussen Oosterhout-Zuid en Dorst. Dit pad is gepland langs de Hoevestraat en de Wethouder van Dijklaan. Deze wegen worden een stuk veiliger voor de fietsende Nederlander. Volgens deze plannen start de aanleg al begin 2018.

Zo’n veertig jaar probeert Dorst al overeenstemming te krijgen over het verloop. De gemeenteraad bleek uiteindelijk in oktober bereid om goedkeuring te geven aan de plannen. De uitslag van 28 stemmen voor en een tegen geeft het beeld van een brede steun. Die is er niet zonder blikken of blozen gekomen.

De weg wordt veiliger omdat het fietspad vrij komt te liggen van de autobaan. Voor de lezer die de huidige weg niet kent: er ligt nu een smalle strook met een stippellijn op de autobaan. Hiervan is de toegestane snelheid 60 kilometer per uur. En er rijdt veel verkeer. Tellingen zeggen dat er dagelijks ongeveer 300 auto’s voorbijkomen. Dat zou gevaarlijke situaties opleveren. En dat wordt niet met halve maatregelen aangepakt. Als er een fietspad komt, dan meteen een forse van 3,5 meter. De kostenramingen van de plannen komen uit op ongeveer 1,25 miljoen euro. Bij de aansluiting aan de Burgemeester De Materlaan in Oosterhout wordt het pad ingepast in de bestaande verkeerssituatie bij het viaduct over de A27.

Kritiek was er wel vanuit de natuurliefhebber. Om een vrije strook te maken gaan we onvermijdelijk bomen tegen de vlakte. Deze natuur moet gecompenseerd worden. Ook de verlichting zou de fauna aantasten. De meeste vraagtekens werden gezet bij de veiligheid. Er zouden te scherpe bochten in de fietspadplannen zitten en er moet nog een mauw gepast worden aan de oplossingen in de kruising bij de Hoevestraat en de Wethouder van Dijklaan. Maar een ding is zeker: er kan binnenkort veilig naar Oosterhout heen en weer worden gefietst.



Dorstlezer

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer, editie 5 van 2018.

Instagram: Winterwonderduiventoren. #uitzicht #sneeuw #winter #koud

Winterwonderduiventoren. #uitzicht #sneeuw #winter #koud –
Instagram: Winterwonderduiventoren. #uitzicht #sneeuw #winter #koud
– %%text%%

De Internationale Taalklas: onderwijs bij gratie van differentiatie

De leerlingen van de Internationale Taalklas in Haarlem hebben elk hun eigen moedertaal, elk hun eigen niveau en elk hun eigen achtergrond. Dat maakt gepersonaliseerd leren met ieder een eigen leertraject onvermijdelijk. Toch zitten ze gezamenlijk in een lokaal met een leraar die hen begeleidt. Kan dat? Ja, dat kan.

Bij de Internationale Taalklas leert de leerling voornamelijk de Nederlandse taal en hij heeft daarin persoonlijke doelen. “We maken de leerlingen hier klaar voor de overstap naar het reguliere onderwijs”, zegt directeur Marieke Postma. Haar school is voor leerlingen in de basisschoolleeftijd en telt momenteel veertien groepen, maar dat kan door het jaar heen variëren.

De leerlingen zitten in een groep met leeftijdsgenoten. In de klassen zitten gemiddeld 15 leerlingen. De groepsgroote en samenstelling verandert regelmatig omdat iedere leerling zijn eigen in- en uitstroommoment heeft.

“Gemiddeld zit een leerling hier een jaar. Daarna stroomt hij door naar een school bij hem in de wijk. Het kan zijn dat een jaar niet genoeg is en dan blijft hij langer, Het kan ook voorkomen dat een leerling al eerder doorstroomt”, aldus Postma.

In de twee kopklassen zitten leerlingen die nog een intensief jaar hebben waarin ze worden klaargestoomd voor het vo, deze leerlingen volgen het hele schooljaar onderwijs en stromen pas uit na de zomervakantie.

 

Differentiëren

Elke leerling heeft een eigen programma en een eigen instructieniveau. De leerlingen weten wanneer ze naar de instructietafel moeten gaan, in de klassen zie je dat leerlingen taakgericht bezig zijn. De structuur van de lesuren is duidelijk opgedeeld in blokken en die duidelijkheid geeft de leerlingen de rust om aan de eigen stof te werken. Ze zijn samen in de klas, maar werken toch individueel en zelfstandig.

Leraren zijn constant bezig met schakelen. Zij lopen door de klas om de leerlingen te begeleiden en het is zaak dat zij niet te lang bij dezelfde leerling blijven staan om de voortgang van de anderen ook zo goed als mogelijk te kunnen beïnvloeden.

Elke dertien weken vindt er een gesprek met de ouders plaats. “Het begint vaak met leerlingen actief stimuleren om naar school te gaan”, legt de directeur uit. “Is dat lastig, dan denken we mee in wat we daaraan kunnen doen. Soms betekent dit dat we actief moeten terugschakelen.”

 

Samenwerken met reguliere scholen

Kenmerkend is het eigenaarschap dat leerlingen hebben over hun eigen werk. “Met homogeen lesgeven krijgen we leerlingen nooit waar we ze willen hebben”, vertelt Postma. Als de leerlingen het bedoelde basisniveau bereikt hebben, vindt de overdracht naar de reguliere school plaats. Daarvoor is uiteraard goed contact nodig met de scholen in de regio en de ouders. Het differentiëren is ook daar nodig. Postma: “Er zijn leerlingen die op bepaalde (taal)niveaus sterker binnenkomen dan de rest van de klas waarin zij terechtkomen. Dat bespreken we samen met de scholen. Ze zijn dan vaak namelijk maar sterker op een vlak. Als dat bijvoorbeeld begrijpend lezen is, spreken we af dat zij dan lesstof op het eigen niveau krijgen als de rest van de klas aandacht besteedt aan begrijpend lezen.”

Samen met de ouders en de toekomstige school in de regio wordt gekeken naar de beste groep om in te stromen in het reguliere onderwijs. Er volgt dan een warme overdracht. Eerst is er telefonisch contact met de nieuwe school, daarna ook tussen de ib’ers en leraren van beide scholen. Er wordt dan bepaald of er wel of geen ambulant begeleider nodig is in de toekomstige situatie. Daarna mag de leerling kennismaken met de nieuwe situatie. “Soms gaat dat meteen goed, op andere momenten moeten we eerst bijvoorbeeld drie proefdagen plannen”, zegt Postma. Standaard is er een maand na de overdracht contact tussen de school en de Internationale Taalklas.

“Met homogeen lesgeven krijgen we leerlingen nooit waar we ze willen hebben”

Ook inhoudelijk wordt goed in de overdracht meegedacht. “We bekijken de groei van een leerling over meerdere jaren. Bij ons leggen we een basis om het taalniveau van Nederlands vanuit een andere moedertaal in een jaar tijd bijvoorbeeld van groep 3 naar groep 5 te krijgen. Met die groeicurve is het zonde om leerlingen het jaar erop in een reguliere groep 6 te plaatsen voor Nederlands. We proberen altijd het taalniveau van groep 7 te halen in zo’n geval”, aldus Postma.

Aangezien leerlingen ook leren om een zelfstandige werkhouding aan te nemen is het mogelijk voor ze om van een regulier programma af te wijken. “We bedenken hoe we het leerproces en de persoonlijke leerdoelen organisatorisch het best vorm kunnen geven. Daarna moeten we het ook durven loslaten. Vaak merken we aan leraren dat van andere scholen dat zij het eng vinden om van het reguliere programma af te wijken.”

Aangezien haar school niet kan bestaan zonder te differentiëren heeft Postma een heldere kijk op wat dit in de kern is. “Differentiëren gaat naast de inhoud van een specifiek lesprogramma ook over emoties bij leerlingen. Kortom, overal kan maatwerk worden geleverd. In taakgericht lesgeven, maar ook in de manier van benaderen. Dat kunnen meerjarige projecten zijn, maar het kan ook maar even nodig zijn om een leerling te laten afwijken van de groep. Differentiëren betekent soms ook grenzen overschrijden. In alle gevallen gaat het erom dat leerlingen zich veilig voelen in de school.”

 

Gedeelde verantwoordelijkheid in de regio

De Internationale Taalklas heeft een regiofunctie. De school werkt samen met zes gemeenten. Vanuit die gemeenten en de grote besturen in de regio is er een stuurgroep ingericht rondom de Internationale Taalklas. Deze stuurgroep bewaakt in grote lijnen het beleid en de financiële gezondheid van deze school. Gezien de sterk wisselende in- en uitstroommomenten van de leerlingen moet deze groep snel kunnen beslissen. “Daarvoor zijn directe lijnen met de besturen en inzicht voor hen in de financiën nodig”, ervaart Postma. “Nu hebben we ongeveer tweehonderd leerlingen, daar zijn we in korte tijd naartoe gegroeid. Maar dat kunnen er vrij snel ook weer vijftig worden. Dat brengt bijvoorbeeld ook een risico in personeel met zich mee. Dit risico draagt de stuurgroep en dus de regio in zijn geheel. Een stichting kan dat nooit alleen.”

“Vorig jaar zou er bijvoorbeeld een nieuw AZC in de regio komen met ruim veertig extra leerlingen. We hadden al leraren aangenomen, klassen gevormd en vlak voor de startdatum hoorden we dat het niet door zou gaan. De extra leraren kunnen voorlopig met hun expertise bij reguliere scholen ondergebracht worden. Wat onze rol in de regio anders maakt, is dat we altijd moeten inspelen zonder concrete plannen, constant anticiperen, creatief zijn, ondernemerschap tonen en flexibel moeten denken.” Deze vorm van brede samenwerking levert de regio in elk geval veel kennis over differentiëren en flexibel arrangeren op.

 

Marieke Postma

Marieke Postma is zelf in Nederland teruggekomen na jaren betrokkenheid bij onderwijs in Malawi, Laos en Bangladesh. Toen ze terugkwam was hier behoefte aan deskundigheid bij het lesgeven aan asielzoekerskinderen. Haar expertise paste perfect en ze startte als lerares. Al snel werd ze directeur van de Internationale Taalklas in Haarlem. Postma is landelijk coördinator nieuwkomers onderwijs waardoor ze een brede kijk heeft in Nederland over wat er allemaal speelt, en waar dit type onderwijs zich onderscheidt van het reguliere onderwijs.

 

Dit artikel over de Internationale Taalklas verscheen in PO-Magazine van november 2017.

Het Facet: voor hoog- en meerbegaafde leerlingen die dreigen vast te lopen

In de regio Eindhoven wordt een voorziening opgezet voor onderwijs aan hoog- en meerbegaafde kinderen die het in het reguliere onderwijs niet redden. Veel van hen lopen er zelfs vast. De meeste van deze leerlingen hebben naast hun hoogbegaafdheid ook problematieken als problematieken als ADHD en autisme.

De meeste van deze leerlingen hadden voorheen onderwijs bij de privéschool Kikidio. In maart ging deze school failliet en de leerlingen dreigden thuiszitters te worden. Schoolbestuur RBOB De Kempen schoot te hulp en zocht naar een plaats. Er kwamen gesprekken op gang om een fulltime voorziening te organiseren voor dubbel bijzondere leerlingen op HB5-niveau.

Twee weken na het failliet gaan van Kikidio opende Het Facet haar deuren. Sinds dit schooljaar is de school, bestaande uit zes voltijd leerlingen, gehuisvest in hetzelfde pand als reguliere basisschool Obs De Belhamel, als onderdeel van IKC Dommelen. Daarnaast is er een parttime plusprogramma waaraan tien leerlingen deelnemen.

De opzet van dit onderwijs gaat uit van de ontwikkelingsbehoeften van de deelnemende leerlingen. Op alle dimensies wil Het Facet begeleiding, ondersteuning en niveau-5 onderwijs bieden. Bestuurder Henk van Well kon de voorziening snel mogelijk maken. “We konden dat theoretisch eigenlijk niet, maar we doen het wel”, zegt hij trots. “Dan lopen we tegen dingen aan, maar we hebben de wil om het te doen. Leraren moeten echt pionieren en we hebben daar een begeleidingsteam opgezet. Gz-psycholoog, hb-specialist, orthopedagoog-hd-specialist.”

Vorig schooljaar gold als een transitieperiode, dit schooljaar is er een goede, duurzame voorziening om in de behoeften van dit geringe aantal leerlingen te voorzien. Van Well: “Onze insteek is dat daar waar mogelijk en wenselijk is leerlingen via het kleine klasje doorstromen naar het reguliere onderwijs. Soms is een dag in speciaal klasje voldoende om uitdaging te vinden die ze nodig hebben. Het doel is uiteindelijk om ze -als het kan- weer in een gewone omgeving goed onderwijs te laten volgen. En een goede aansluiting bij vo mogelijk te maken.”

Bij Kikidio zaten de leerlingen op een aparte locatie. In de nieuwe situatie is het juist de bedoeling om ze les te geven in een bestaande school. Wel hebben zij in een aparte vleugel les. “We kijken naar de behoeftes van specifiek deze leerlingen en bieden het onderwijs samen waar het kan, en apart waar het moet”, vertelt orthopedagoog Monique Antens. Zij was vanaf het eerste uur betrokken bij de totstandkoming van Het Facet. De leerlingenpopulatie van deze doelgroep is niet groot. En bovendien blijft het uitgangspunt om zoveel mogelijk leerlingen op het regulier onderwijs les te geven. “Pas als de faciliteiten thuisnabij niet voldoen, dan kunnen ze naar deze school”, zeggen Van Well en Antens.

De wisselwerking met de leerlingen van het reguliere onderwijs werkt goed. “Wanneer zij niet de juiste begeleiding krijgen, gaan ze ongewenst gedrag vertonen.”

Het Facet“Het geeft de leerlingen een natuurlijker beeld en het is gezonder voor ze dan op een aparte locatie les krijgen”, vindt coach Hannie Dierx. “We kunnen als dat nodig is in onze eigen vleugel blijven, als vertrouwde stek. Maar later in het regulier onderwijs in het vwo moeten ze ook leren om sociale contacten aan te gaan met reguliere leerlingen. Dit is ook een van de leerprocessen.” Momenteel hebben beide scholen bijvoorbeeld samen gymles en spelen samen op het plein in de pauzes.

De aanpak

Hoewel de leerlingen zoveel mogelijk wordt aangeleerd te werken in de setting van een gewone basisschool, krijgen ze vooral veel eigenaarschap over hun eigen leerproces. Dat betekent bijvoorbeeld vaak dat er van een gesloten leesmethode, meer naar onderzoekend lezen wordt gezocht. “De specifieke opzet hiervan per leerlinge gebeurt in samenspraak met de school van herkomst”, zegt Dierx. “Elke leerlingen heeft een eigen gebruiksaanwijzing en dat is ook van groot belang. Dat zetten we om naar leren werken in een gewone situatie. Vaak is alleen de plusklas na verloop van tijd voldoende.”

In de gehele leerstof wordt een groeigericht traject bepaald. Veel van de leerlingen kunnen groeien als zij om leren gaan met frustratie. Dat doen zij vaak juist in deze sociale context van de ‘gewone’ schoolomgeving. Dierx: “Wij geloven dat het voor onze leerlingen belangrijk is dat zij met frustratie om leren gaan. De lesstof is vaak te makkelijk voor ze, daar gaan ze minder snel uitdagingen in vinden. Maar je krijgt uiteindelijk de blijste leerlingen als zij iets te overwinnen hebben. Dat proces mag soms pijn doen.” Deze leerlingen komen vaak frustratiemomenten tegen in de omgang met anderen. En dat kan aan het begin best confronterend zijn. “Maar ze worden er beter van. Soms pas op het vwo of de universiteit”, zegt Dierx. “Als ze tegen frustratie aanlopen voelen leerlingen zich vaak een tijdje minder blij. Ze hebben dan zelfs vaak de neiging om te stoppen. Dat krijgen we dan ook te horen van ouders. Maar ik zie het als een stukje werken aan het welbevinden op de lange termijn in plaats van op de korte.”

“We konden dat theoretisch eigenlijk niet, maar we doen het wel”

Het Facet werkt met een open leerstrategie. “Dat is voor begaafde leerlingen in een reguliere klas vaak ook aan de orde, maar deze extra verrijking vraagt dan teveel van een leraar”, aldus schoolleider Dieneke Berends van De Belhamel. “Daarvoor kan de plusklas een uitkomst zijn. We plaatsen een paar van onze leerlingen daar voor een paar uur per week.”

Een belangrijk leerproces is de leerlingen confronteren met de eigen fouten. Op sociaal vlak, maar ook in het schoolwerk. “Ik laat ze op hun eigen werk reflecteren”, zegt Dierx. “En het is goed als ik merk dat ze vragen gaan stellen over hun fouten. Vragen stellen is geen falen.” Enkele andere leerdoelen zijn afstemmen op de ander, accepteren dat anderen op een andere manier kunnen denken en creatief denken.

Bloom - Het FacetConcreet wordt op drie pijlers ‘leren leren’, ‘leren denken’ en ‘leren voor het leven’ gefocust. Deze thema’s staan centraal bij vijf geformuleerde kerndoelen, die vorm krijgen aan de hand van de taxonomie van Bloom:

 

 

  1. Vergroten van het zelfsturend leren en versterken van executieve functies, met een focus op verantwoordelijkheid, vertrouwen en autonomie.
  2. Zelf actief sturing geven aan hun ontwikkeling, middels persoonlijke leerdoelen.
  3. De focus ligt op het denkproces.
  4. Ontwikkelen van hogere orde denkvaardigheden.
  5. Ontwikkelen of versterken van een ‘groei-mindset’.

Oudertevredenheid

Bij het failliet gaan van Kikidio ontstond er veel onzekerheid bij de ouders. Nu lijken de meeste ouders zich goed te kunnen vinden in de nieuwe aanpak. “Ouders waarderen het dat hun kind nu in breder sociaal verband les krijgen”, ondervindt Antens. “Er was aan het begin kritiek van ouders op die werkwijze. En dat is begrijpelijk. Na een paar maanden merken ze het verschil.” Er is gekozen om twee voormalig Kikidioleerkrachten aan te nemen als zzp’er. “Dat werkt prettig. De leerlingen hebben dan vertrouwde gezichten en het onderwijs kan via hen worden voorzien van een goede overdracht.”

Het Facet: de naam

Het woord ‘facet’ komt voor in de kristallografie, het vakgebied dat zich bezighoudt met kristallen en hun structuren. Wanneer een kristal geslepen wordt, komt de onderliggende structuur naar voren en kunnen de geslepen vlakken het licht op verschillende manieren reflecteren en kunnen ze schitteren. Zo wil Het Facet ook leerlingen laten schitteren, volgens de beschrijving. Dat er meer facetten zijn, betekent dat er vanuit verschillende perspectieven gekeken kan worden, net zoals ons onderwijs dat doet.

 

Dit artikel verscheen in Passend Onderwijs Magazine in november 2017.

Instagram: Trek in een ezel

Trek in een ezel –
Instagram: Trek in een ezel
– %%text%%

Simpeler inzicht krijgen in ondersteuningsbehoefte

Per 1 januari wordt het programma Momento voor alle leraren beschikbaar. Het dashboard, een belangrijk onderdeel van dit nieuwe programma, is gratis en houdt veel relevante gegevens over de leerlingen bij. Er is gemakkelijk inzichtelijk te krijgen waar het bij een leerling goed gaat en waar een leerling achterloopt. Wij lichten uit wat dit programma is en wat de IB’er er precies aan heeft.

Momento

Het programma is bij de NOT afgelopen jaar voor het eerst gepresenteerd aan de buitenwereld. Verschillende schoolleveranciers en uitgeverijen hebben de handen ineen geslagen om een platform te ontwikkelen waar schooladministratie, verschillende gebruikte lesmethodes en educatieve content samenvloeien. Daarmee proberen zij een paar veel gehoord problemen op te lossen, bijvoorbeeld het kiezen van bij elkaar passende educatieve en digitale content. Ook het gemakkelijk inzien van digitale toetsresultaten zou beter moeten kunnen. Momento presenteert zich als een platform waarop gegevens van verschillende digitale bronnen binnen de school samenkomen. Op basis van deze gegevens wordt een dashboard samengesteld waaruit veel gedetailleerde informatie over leerlingen is op te halen. Ook kunnen tablets worden geleverd waar leerlingen hun werk op doen, en die goed communiceren met de software.

Sinds september zijn er 75 scholen gestart met een pilottraject om het programma te testen en gereed te maken voor een bredere inzet. Per 2018 wordt het dashboard voor alle leraren beschikbaar. Het programma is dan voor scholen kosteloos te bereiken via de service van Stichting Basispoort. Dit betekent dus wel dat vooralsnog alleen scholen die hierbij zijn aangesloten er gebruik van kunnen maken. Als het dashboard wordt gebruikt kunnen de partners meer oplossingen bieden bij het digitaliseren op scholen.

Het zou mooi zijn als dit programma kan bijdragen aan een verkleining van de ruimte tussen het einde van de analyse door de leerkracht en het begin van die van de IB’er.

Steeds meer scholen beginnen in de klas met allerlei vormen van digitaal leren. Sommige hebben duidelijk gekozen voor een bepaalde digitale leerlijn of beleid, veel andere zijn nog in de experimenteerfase. Datzelfde geldt voor het wel of niet werken met tablets of andere apparaten in de klas. En als ervoor gekozen wordt om dat te doen, welke wordt er dan gekozen? Een keuzecriterium kan zijn dat deze apparaten geschikt zijn om een goede koppeling te kunnen maken tussen de software en de online leerling- en groepsadministratie. Momento is een totaalconcept dat bedoeld is om dit in een keer te regelen. Het bevat een dashboard voor de leraar met vakoverstijgende toetsresultaten; educatieve content die onderdeel is van de al op school gebruikte lesmethode en een keuzeaanbod in de devices die leerlingen kunnen gebruiken.

Momento

Wat heeft de IB’er eraan?

Het bedienen van de IB’er is niet het primaire doel. Momento is ontwikkeld voor leraren en bedoeld om hen een makkelijk en laagdrempelig inzicht te geven in de leerresultaten van de leerlingen. Toch is het systeem ook handig voor de IB’er. Het overzicht dat dit programma geeft kan haar op weg helpen en inhoudelijk snel inzichtelijk maken hoe een leerling scoort op verschillende onderdelen in het reguliere lesprogramma.

Op vrij specifieke vlakken is na te gaan waar een leerling sterk in is en waar hij aan moet trekken of zelfs extra ondersteuning nodig heeft. Momento heeft als sterk voordeel dat het scholen niet noopt om een andere methode te kiezen of iets te wijzigen in het onderwijsconcept. Het systeem is overkoepelend. Punt is vooralsnog wel dat het nog in de ontwikkelfase zit.

“Leraren moeten het kunnen gebruiken om te kijken naar de groep”, zegt Gert Smits, een van de kartrekkers van het digitale concept. “Aan de hand van het dashboard is aan te wijzen waar het spaak loopt in de klas en waar er dus behoefte is aan extra ondersteuning.” Er wordt een gerichte analyse gegeven van de prestaties van een leerling. En daar zit ook de handigheid van het programma voor de IB’er. Ook zij heeft inzicht waar ondersteuning nodig is en waar niet.

Voordat het programma werd gepresenteerd zijn bij ongeveer 150 scholen feedbacksessies georganiseerd. Met daarbij opgehaalde input hebben de makers veel kunnen doen. Bij deze bijeenkomsten is er ook aan IB’ers naar suggesties gevraagd. “Leraren hadden het vaak over signaalkleuren, terminologie, normering en de functionele werking van het systeem. De IB’ers waren over het algemeen benieuwd of het programma kan bijdragen aan de analyse in de context van de hulpbehoefte in de ontwikkeling van van kinderen”, aldus Smits.

Hij stelt dat leraren vaak een hele klas in de gaten moeten houden en dat er dus een grens is aan wat zij kunnen signaleren bij een individu. Smits: “We horen in de pilotfase terug dat het analyseren van de leerkracht adequater wordt dankzij Momento en dat de IB’er daar meer aan heeft en met meer bagage kan beginnen. Zonder dat de leraar ergens extra tijd aan kwijt is. De eerste ervaringen laten zien dat de leraren vaker en meer het domein van de uitgever bezoeken waarin de analyse wordt gemaakt.”

En zo kan de IB’er ook geholpen zijn via de gegevens uit het dashboard. Het zou mooi zijn als dit programma kan bijdragen aan een verkleining van de ruimte tussen het einde van de analyse door de leerkracht en het begin van die van de IB’er. “De IB’er kan wat inhoudelijker van start gaan vanuit de analyse”, signaleert Smits. “Het neveneffect zou dus kunnen zijn dat men dichter bij elkaar komt.”

Het dashboard is bedoeld als een hulpmiddel om het overzicht makkelijk te bewaren over de digitale resultaten van de leerling. Er kan sneller en concreter actie worden ondernomen. Daar zit volop ontwikkeling in, zo zou wellicht in de toekomst ook een dashboard voor de leerling mogelijk zijn. “We maken het makkelijk en toegankelijk, zonder in te hoeven boeten op onderwijs, pedagogiek en didactiek”, vat Smits de gedachte achter de programmaontwikkeling samen.

 

Samenvatting

Het Momento dashboard geeft een gedetailleerd overzicht van de score van een leerling op verschillende (digitale) onderdelen. Educatieve content, digitale leermiddelen en een gedetailleerd overzicht sluiten goed op elkaar aan. Een IB’er kan snel opmaken waar extra ondersteuning nodig of gewenst is en waar niet.

 

Tips

  • Overweeg het gebruik van Momento indien je aangesloten bent bij Basispoort.
  • Neem ook de gegevens uit het dashboard mee bij je leerlingbesprekingen.
  • Overweeg de inzet van Momento bij de keuze van nieuwe hardware.

Dit artikel over Momento verscheen in Tijdschrift Intern Begeleiders in november 2017.

Imker

imker diploma nbv

Vanaf nu ben ik imker. Het diploma van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV) heb ik gehaald. Vanaf nu kan ik met een goed gevoel voor de bijen in de achtertuin zorgen.

imker diploma nbv

Het tekenen van mijn imkerdiploma bij de Nederlandse Bijenhouders Vereniging

[NLroei] Laat mij maar schrijven

Logo Nlroei - Laat mij maar schrijven

De column ‘Laat mij maar schrijven’ zette ik voor NLroei op papier, het roeinieuwsplatform waarbij ik deel uitmaak van de redactie. Mezelf als onderwerp voelde een beetje ongemakkelijk, maar het resultaat is wel een stuk dat oprecht gemeend is.

Laat mij maar schrijven

Ik ben zelf nooit een roeiwonder geworden en ook als coach heb ik nooit echt noemenswaardige dingen bereikt. Toch kan ik zeggen dat ik sinds twee jaar verzeild ben geraakt in de dagelijkse roeipraktijk. En dat is mooi.

In mijn studententijd ben ik via Orca met roeien in aanraking gekomen. En aangezien ik als student journalistiek ook in het schrijven bedreven raakte was een directe klik makkelijk ontstaan. Van het een kwam het ander.

Twee jaar geleden werd ik samen met twee andere redacteuren betrokken bij het “nieuwe” NLroei. Zo leerde ik de roeiwereld pas echt kennen. Als lid van een betrokken en efficiënte redactie met een mooi doel: het nationale roeien op een eigen wijze dagelijks verslaan. En aan een steeds groeiende lezersgroep is te merken dat verslag van de dagelijkse gang van zaken wordt gewaardeerd.

Ik vind het belangrijk dat toproeien in de verticale lijn de aandacht krijgt. Behaalde medailles op internationale toernooien zijn fantastisch en lezers van binnen en buiten de roeiwereld smullen ervan. Maar daar moet het niet allen over gaan. Waar de basis van het roeien vaak wordt aangeleerd in een eerstejaarsploeg, behoort de verslaggeving ook tot daar door te dringen. Gedurende het seizoen maak ik met plezier mijn berichten over de eerstejaars- en developmentprestaties. Ook dat is roeisport en belangrijk om te belichten.

Zelf nooit aan de start van een groot toernooi hebben gelegen kan soms een voordeel hebben bij het maken van stukken. Tijdens interviews –met name met oud gedienden- vraag ik soms naar heel basale zaken, waarvan ik me achteraf soms afvraag of ik dat niet had moeten weten. Het antwoord is vrijwel altijd ‘neen’. Wat ik geregeld terughoor is dat mensen het waarderen om de basis op een, laat ik het ‘jip-en-janneke-manier’ noemen, uitgelegd te krijgen.

Voor andere opdrachtgevers in de journalistiek schrijf ik vaak voor geschreven pers, dag- en maandbladen of grotere platforms. NLroei is sneller, vluchtiger en kleiner, maar vooral is de doelgroep dichterbij. De feedback op mijn stukken is daarmee ook veel directer. Vaak levert dat een enorme pluim op. Op andere momenten zijn de kritische mensen. Soms terecht, soms onterecht in mijn ogen. En omdat ik betrokkenheid op andere plaatsen vaak mis, zegt dat wat over die bij NLroei.

En we kunnen wat bereiken. Behalve goed gelezen stukken was ik bijvoorbeeld enorm trots op alle tienduizenden handtekeningen bij een petitie voor twee olympisch gekwalificeerde Belgen, die niet naar Rio mochten. In 2016 bij de Holland Beker door Mahé Drysdale uitgereikt aan de FISA. Op zowat alle vlakken is blijk van een betrokken lezersgroep en, wederom, de waardering voor de sport.

En die betrokken lezersgroep wil ik graag behouden. Veel heeft het financieel nog niet opgeleverd. En dat is niet erg. Ik zal er ook nooit van hoeven zwemmen in het geld, maar ik vind het van belang dat ons platform blijft bestaan en dat we ons werk kunnen doen. Zolang onze stukken wordensteeds beter worden gelezen zijn we nodig. Zolang mensen zich met wat voor reactie dan ook betrokken blijven voelen bij het nieuws dat we brengen zijn we goed bezig. Dat geeft onafhankelijk roeinieuws, mijn werk, en dus NLroei bestaansrecht.

Doneer aan NLroei.

 

Instagram: Het zijn eigenlijk aardwetenschappers. #likdesteen

Het zijn eigenlijk aardwetenschappers. #likdesteen –
Instagram: Het zijn eigenlijk aardwetenschappers. #likdesteen
– %%text%%

Dorstlezer: Bossen zijn ‘geen kinderboerderij’

Schotse Hooglanders 'kinderboerderij' Dorst

Voor de september edietie van De Dorstlezer schreef ik dit artikel over koeien:



Bossen zijn ‘geen kinderboerderij’

De loslopende Schotse hooglanders in de bossen zijn mooi, ze hebben er een goed leven en worden gewaardeerd door de vele wandelaars. Maar ze zijn geen attractie. “Het is hier geen kinderboerderij”, zegt eigenaar van de beesten Dirk Geleijns.

Ondanks de grote leefruimte waar de beesten nu kunnen lopen overweegt Geleijns de koeien weg te halen in het bos omdat ze vaak als attractie dienen voor wandelaars. Dat maakt ze gevaarlijk. Er worden selfies gemaakt, honden rennen erachteraan en een enkele keer wordt er zelfs een kind opgezet. “Je zet je kind toch ook niet op een tijger”, verzucht de eigenaar. “De beesten wegen zevenhonderd kilo en de horens zitten er ook niet voor de sier”, weet hij.

De eigenaar citeert een bijschrijft van een selfie: ‘‘’Oei, na het nemen van deze foto moest ik rennen’. Dan kom je dus te dichtbij.” De minimaal toegestane afstand is 25 meter. Het gevaar van dichtbij komen is vooral dat de beesten ongelukkig kunnen bewegen volgens Geleijns: “Er zit geen greintje agressie in deze koeiensoort. Maar alleen al het hoofd schudden kan ervoor zorgen dat je per ongeluk wordt geraakt door een hoorn.”

Staatsbosbeheer overweegt honden totaal te verbieden in het loopgebied. Nu moeten zij worden aangelijnd, op het overtreden van die regel staat al een boete van 90 euro. De hooglanders zijn nodig om het gebied te onderhouden volgens Staatsbosbeheer. Tot het einde van het jaar kijken Staatsbosbeheer en Geleijns het nog aan.

Aan de bosbezoeker dus de boodschap om op te letten in het gebied, afstand te houden, de kuddes niet te doorkruisen en de beesten vooral niet te aaien of aan te raken. Daarmee zijn de regels opgesomd. Eind dit jaar besluiten Staatsbosbeheer en Geleijns: of de honden of de hooglanders het eventueel moeten ontgelden.