Onderwijsminister Arie Slob bezoekt: Auris Dr. M. Polanoschool Rotterdam

Minister Arie Slob - Auris Dr. M. Polanoschool Rotterdam

Om zelf te zien hoe passend onderwijs in de praktijk uitpakt, brengt minister Arie Slob (basis- en voortgezet onderwijs en media) met enige regelmaat bezoeken aan verschillende scholen in het land. Daarbij gaat hij in gesprek met leraren, ouders, leerlingen en andere betrokken professionals. Bij een bezoek aan de Auris Dr. M. Polanoschool in Rotterdam mocht PO Magazine over de schouders meekijken.

De Auris Dr. M. Polanoschool is een speciaal onderwijsschool voor dove en slechthorende kinderen. Leerlingen van groep 8 stromen er soms door naar het reguliere vo, maar vaak naar het vso, zo bleek in een gesprek tussen de minister en de schoolverlaters. De minister luisterde geïnteresseerd naar de verhalen van acht leerlingen, waarmee hij pakweg een kwartier aan tafel zat. Ook stelde hij vragen. De leerlingen zelf gaven aan vooral meer behoefte te hebben aan doventolken, op school, maar bijvoorbeeld ook bij het jeugdjournaal.

Minister Arie Slob - Auris Dr. M. Polanoschool Rotterdam

Minister Arie Slob aan tafel met leerlingen van de Auris Dr. M. Polanoschool Rotterdam

Na een kijkje bij de leerlingen in de klas, volgde een ronde-tafel-bijeenkomst met ouders en teamleden. Hieruit kwam een aantal zaken aan bod waar ouders van leerlingen met gehoorproblematiek mee te maken hebben. “Ik heb vooral veel gehad aan de ambulant begeleider”, vertelt een van de ouders, wiens dochter afgelopen jaar doorstroomde naar het reguliere vo. “De ambulant dienstverlener heeft voor ons een belangrijke rol gehad in het benoemen van de ondersteuningsbehoefte van onze dochter. Als horende ouder van een doof kind ervaar ik vaak moeite om onder woorden te brengen wat mijn kind precies nodig heeft. Ouders weten vaak heel goed wat hun kind nodig heeft, vooral sociaal emotioneel, maar in het onderwijs is dat soms lastig voor ouders om aan te geven. De ambulant dienstverlener vormt een goede brug in het overbrengen van informatie tussen ouder en school.” Hoewel scholen zorgplicht hebben, is de ervaring dat er verschillend wordt omgegaan met de mogelijkheden die ze deze leerlingen kunnen bieden.

Directeur Alice Geessinck ervaart het probleem bij leerlingen die de overstap maken naar regulier onderwijs. “Vaak hebben scholen last van koudwatervrees, maar ze zouden vaak meer vertrouwen mogen hebben en minder angst voor het onbekende.”

In het algemeen is een risico dat leerlingen zich alleen kunnen gaan voelen in het reguliere onderwijs, zij krijgen alle verbale communicatie vaak niet of slechts gedeeltelijk mee. Dat bleek ook uit gesprekken die de minister had met een schoolverlater, die angst had om gepest te worden. Een tolk, betere kennis bij leraren en een rijker taalaanbod kan hiertegen helpen. Ook helpt het gebruik van gebaren ter ondersteuning van de taal. De groep auditief belemmerde leerlingen is een kleine doelgroep, dat betekent dat er vaak weinig kennis en kunde bij scholen is en ook weinig lesmateriaal. Leraren en intern begeleiders op de Auris Dr. M. Polanoschool bewerken vaak zelf allerlei materiaal om het te kunnen gebruiken in de klas. Om daar een betere basis voor te genereren wordt de minister onder meer gevraagd om te helpen dat de Nederlandse Gebarentaal officieel erkend wordt als volwaardige taal, het zou de dove meer rechten geven en daarmee meer toegang tot de nodige informatie.

“Vaak hebben scholen last van koudwatervrees, maar ze zouden vaak meer vertrouwen mogen hebben en minder angst voor het onbekende.”

Karin Beld zit namens de ambulante dienst aan tafel. Zij merkt dat het proces op school voor een doof of slechthorende leerling altijd op maat is, maar door de jaren heen ook kan veranderen. “De constante vraag die we met leraren bespreken is ‘hoe zorgen we ervoor dat het kind baat heeft bij jouw lessen?’. Dat beantwoorden we aan de hand van goede begeleiding, het bieden van handvatten en expertise en door te coachen.” Zo is passend regulier onderwijs voor sommige dove leerlingen goed mogelijk.

Beld: “Maar dat is voor een deel ook een kwestie van hoe de leerling er zelf mee omgaat. De leerling moet per definitief assertief zijn in het vragen van hulp. Dat gaat soms om heel simpele zaken, bijvoorbeeld om een apparaat even aan te zetten zodat het voor hem beter te volgen is. Dat vergt bewustzijn en durf. Leraren maken we alert dat de leerling dit nodig heeft. Op die manier lossen we al veel zaken op en helpen we scholen.”

 

Rol van de ouders

Ouders geven de minister mee dat het taalaanbod en het aanbod aan tolken van cruciaal belang is om goed onderwijs te geven aan deze leerlingen. Ouders van dove kinderen horen zelf vaak goed en zijn dus niet meteen in staat om gebarentaal te ‘spreken’, laat staan dat zij in staat zijn om hun kinderen dat aan te leren. Ouders zijn onmisbaar, merkt schoolleider Geessinck op. “Zij moeten zelf vaak veel leren en aanpassen op de situatie zoals hij in hun gezin dan is. Dat kost energie, waarbij er altijd ook nog een bepaald  acceptatieproces speelt.” Een van de ouders, Arie Verkaik, vult aan: “Je gaat door een molen als je erachter komt dat je kind doof is. Het betekent dat je meteen al op achterstand staat ten opzichte van andere ouders en kinderen. Ik heb veel gehad aan de korte lijnen die er kunnen ontstaan. Er zit veel verschil in hoe de ouders omgaan met de ontdekking dat hun kind doof is en met het omgaan met deze achterstand. De een is veel pragmatischer terwijl de ander emotioneel reageert.”

In de dagelijkse praktijk gaat het dan om het anders uitvoeren van allerlei alledaagse zaken. “Wij kloppen voor het eten op tafel in plaats van dat we ‘eet smakelijk’ zeggen”, vertelt Verkaik. “Ook neem je op een heel andere manier tijd voor elkaar, iedere begroeting of afscheid gaat gepaard met een knuffel of omhelzing.”

Wat op de Rotterdamse school vooral als prettig wordt ervaren door ouders, is dat er anderen zijn die met dezelfde problemen leven.

Minster Arie Slob Slob met de ouders en teamleden - Auris Dr. M. Polanoschool Rotterdam

Minster Arie Slob Slob met de ouders en teamleden.

 

Vaak wordt er nog niet een plaats op het reguliere vo gevonden voor de schoolverlaters. Geessinck: “Het reguliere vo is niet voor alle leerlingen weggelegd op dit moment. We bekijken in de eerste instantie wat de meest geschikte plaats is voor de leerling in kwestie. De ondersteuningsbehoefte bepaalt welk type onderwijs het best past bij de leerling.”

 

Rolmodellen

Selena den Besten is leraar en zelf al sinds haar geboorte doof. Ooit zat ze op deze lagere school. Later heeft ze via het vmbo haar havodiploma gehaald. Aanvankelijk werd gedacht dat havo te hoog gegrepen zou zijn. Ze moest maar bewijzen of ze het aan kon en haar plekje op school waard was.  Ze moest zelfs op de route kader beginnen, bleek het daar heel goed te doen,  kon uiteindelijk via tl naar havo doorstromen.

Zij voelt zich nu een rolmodel voor haar leerlingen. Aan den lijve ondervond ze hoe lastig het voor (reguliere) scholen in het vo is om de toetsresultaten te interpreteren die ze haalde op deze speciale school voor dove leerlingen.

Den Besten kreeg vwo-advies, maar ervoer dat veel scholen het niet aandurfden om haar een kans te geven: “Slechts een uit vier scholen wilde me een plek geven. Ik ben na de basisschool verder gegaan met vmbo-tl, veel lager dus dan ik kon.” Uiteindelijk haalde ze na vijf jaar haar diploma. “Wat ik vooral heb geleerd is dat ik als dove leerling voor mezelf moet opkomen. Assertiviteit is zeer belangrijk. Ten tweede is een goed team onmisbaar.”

 

Arie Slob, na afloop: “Het is mij door deze leerlingen en ouders zeer duidelijk geworden hoe belangrijk het dovenonderwijs is en dat zij een moeilijke weg moeten bewandelen.”

Minister Slob komt een aantal keer per maand op scholen om de stand van zaken rondom passend onderwijs met eigen ogen te bekijken. “Ik zie dat scholen over het algemeen goed omgaan met zorgplicht”, reageert hij. “Ze zijn alert en nemen verantwoordelijkheid om het onderwijs zo aan te bieden dat het past. Aan de andere kant, merk ik ook dat dit juist lastig is omdat het heel complex vaak is. Daar is de groep leerlingen waar we nu zijn een voorbeeld van. Dit is ook nog eens een relatief kleine doelgroep. Dan merk je dat informatie over passend onderwijs bij dit soort ondersteuningsbehoeften vaak niet goed voor handen is. Het knelt nog vaak bij de vraag: ‘hoe zorgen we ervoor dat de juiste kennis er komt op het moment dat ouders van kinderen met een dergelijke problematiek voor de poort staan?’.”

Kortom: er zijn veel wegen die naar Rome leiden. De oproep die er vanuit deze hoek gedaan wordt is een open houding van scholen, ruimte voor de ambulante begeleiding en een rijker taalaanbod. Wanneer is passend onderwijs voor een leerling met een auditieve beperking geslaagd? Als de leerling zelf kan zeggen ‘het is geslaagd’.

PO Magazine

Dit artikel verscheen in PO Magazine van juni 2019. Meer Instondo?