LEGENDE: De ogenschijnlijke rust van het Galgenveld

Galgenveld Oosterhout - galg

Het galgenveld is een merkwaardig stuk bos. Je vindt er vandaag de dag veel rustige plekken en intieme hoekjes. Duikend in de historie van dit stuk natuur komen minder rustige taferelen boven tafel: duidelijk wordt wel waar Galgelveld haar naam aan dankt.

Een galgenveld ligt vaak aan de grens van een gebied, zo ook in dit geval. Vroeger grensde het gebied behorend bij Oosterhout hier aan dat van Breda. Men stelde hier een galg op, om misdadigers aan op te hangen. Zo werden mensen die het gebied betraden geconfronteerd met de boodschap dat met de macht en het functioneren van het rechtssysteem niet te sollen viel. Mensen met kwade wil zouden hierdoor worden afgeschrikt. Hun lichaam werd door roofvogels en vossen verslonden, een eervolle begrafenis waren zij niet waard.

Na de dood van Willem van Duyvenvoorde (1353) kregen de heren van Oosterhout het recht om misdrijven te berechten en zelfs de doodstraf op te leggen. De berechting zelf gebeurde vaak op de Heuvel in Oosterhout. Het lijk werd in het bos aan de rand van het gebied nog een tijdje aan de galg gehangen, dus puur voor de voorbijgangers.

Oosterhout was trots op haar rechtssysteem. De galg werd ‘Het Geregt van Oosterhout’ genoemd.

Verhalen over berechtingen zijn er een aantal. Zo zou bijvoorbeeld Daniel van Hemstede, die al gestorven en begraven was, n vrouw en kind hebben vermoord. Hij werd daarom op het kerkhof opgegraven en herbegraven onder de galg. Als symbool voor de vermoorde vrouw en kind werden er aan de galg een grote en een kleine ‘clippel’ (knuppel) gehangen. Cornelis Willem Mercus zou een halve eeuw later ook zijn vrouw hebben omgebracht. Niemand wist dat, totdat hij in een herberg zijn mond voorbijpraatte, zodat ook hij zijn straf niet ontliep. Ook had gaan er verhalen de rondte dat er ter plaatse van de galg een ketelaar of ketellapper verbrand is.

Oosterhout was trots op haar rechtssysteem. De galg werd ‘Het Geregt van Oosterhout’ genoemd.

Het Geregt van Oosterhout heeft bestaan tot net na het jaar 1800. In 1803 ging de rechtspraak definitief over naar wat nu de rechtbank is in Breda. Pas toen is ook de galg verdwenen.

Wie het verhaal nog rustig na wil lezen, in het bos ten oosten van industrieterrein De Vijf Eiken, staat een drietal galgen opgesteld ter nagedachtenis aan de eeuwen van berechting in ons huidige bosgebied. Het ligt naast de Vijf Eikenweg, waar vroeger veel verkeer richting Oosterhout passeerde. Het zou een logische plek zijn voor een galg, maar of hij daar ook heeft gestaan is niet precies bekend. In de loop der eeuwen is de plaats van de galg veranderd van de locatie nabij Teteringen en de Hei, naar de Duiventoren.

Dorstlezer

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer van januari 2021.

BETOOG WONINGBOUWSTRATEGIE

D66 Oosterhout

Voorzitter,

De komende periode ligt er een flinke uitdaging als het gaat om woningbouw. Wij vinden het goed om te lezen dat u nadrukkelijk de samenwerking in de regio Breda-Tilburg en in het bijzonder met de gemeente Breda aanhaalt. Over de manier hoe u met dit vraagstuk om wilt gaan binnen de gemeentegrenzen verschillen we deels van mening.

U zegt op zoek te willen naar woningbouwlocaties buiten het bestaande stedelijke gebied om een antwoord te geven op woningvragen. In een visie vraag je je af: wat voor stad wil je zijn. Dat moet wat ons betreft niet alleen vraaggedreven maar ook ideologisch gedreven zijn. D66 zet in op inbreiding, in plaats van uitbreiding. Liever wat minder grondgebonden woningen en wat meer de hoogte in, dan uitdijen in allerlei windstreken. Wij hebben hier vooral vijf redenen voor:

 

  1. Mensen kiezen juist voor wonen in Oosterhout omdat het een kleinere, compacte stad is. Wij zien het als waardevol om dat compacte te behouden en niet een tweede Breda te worden.
  2. Er is gewoonweg ruimte voor inbreiding. Door het kopen van de Arendshof II is er unieke ruimte in de binnenstad ontstaan voor woningbouw. Wij willen dit gebied ontwikkelen in combinatie met het bankenplein. Met aandacht voor betaalbare woningen en veel groen, zo krijgt de binnsntad een gezond en modern karakter. Door beide plekken samen te ontwikkelen ontstaat er een geheel. Dat gaat versnippering tegen en er is ruimte om een iconisch en kenmerkend nieuw stadshart te creëren. De huidige visie voor het bankenplein heeft natuurlijk al geld gekost, maar een gelijktijdige ontwikkeling van beide gebieden levert meer op dan de som geld die het gekost heeft. Graag dienen we daarom een motie in.
  3. We gaan meer bouwen en er komen dus ook meer mensen in onze gemeente te wonen. Ons buitengebied en onze natuur bieden op tal van manieren een uitlaatklep voor al die mensen om er even tussenuit te gaan. Dit geeft onze gemeente ook een goed en gezond leefklimaat. Nu is dat gebied behoorlijk druk op dagen met mooi weer. Verschillende vormen van recreatie kunnen nu nog maar net naast elkaar bestaan op sommige plaatsen. Als er meer mensen bij komen in deze gebieden wordt het nog drukker. Laten we het buitengebied niet verkleinen. We zetten het liever in voor mensen die naar buiten willen.
  4. U wil betaalbare huizen. Kijkt u dan vooral ook naar wat kleinere huizen, en kleinere woonvormen zoals tiny houses. Die kunnen prima in de stad staan. Ze nemen minder ruimte in. Dat scheelt in de prijs en in de oppervlakte per huis. Dit komt de betaalbaarheid ten goede.
  5. Als je wonen in het huidige buitengebied in grotere mate mogelijk wil maken: kijk dan eerst naar bestaande bebouwing. In juni 2020 verscheen er een onderzoek van Hogeschool Rotterdam-student Jochem Vermeulen waarin waardevolle herbestemming van cultuurhistorisch erfgoed in agrarisch gebied aan de orde komt. Er wordt gesteld dat er veel onroerend goed leeg komt te staan. Die trend is al voorzichtig zichtbaar. Om verloedering tegen te gaan, de leefbaarheid van het buitengebied te vergroten en betaalbaar te houden is het zinvol om te kijken hoe er makkelijker herbestemd kan worden. En dat is een bredere opgave dan sec een pand veranderen van bestemming agrarisch naar wonen. We denken dan aan woongroepjes of woning splitsing bijvoorbeeld.

Al met al zien wij dus ruimte om juist in het hart van de stad aan de slag te gaan met de woningbouwvisie. Groener er kleinere huizen zijn daarbij de sleutelwoorden. Wij worden liever een ‘groen Manhattan van Breda’ waar men naar buiten kan, dan een eindeloos uitgestrekte provinciestad.

Dank u wel voorzitter.

RAADSBIJDRAGE ONTWERPVERKLARING GEEN BEDENKINGEN ZONNEPARK A59

D66 Oosterhout

Voorzitter,

U vraagt ons om een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de ontwikkeling van een zonnepark in de Oranjepolder. Uit onze eerdere bijdragen blijkt al wat wij belangrijk vinden: prioriteit bij zon op dak, en in een zonnepark versterking van cultuurhistorische- en natuurwaarden in het landschap en een goede participatie. We zijn niet tegen een zonnepark op zich, maar wel als de noodzaak niet duidelijk is.

Wat betreft de participatie. Dit is in het afgelopen jaar uitvoerig aan de orde gekomen. Het belangrijkste punt voor ons is dat belanghebbenden goed moeten worden meegenomen en op tijd moeten worden geïnformeerd. Wat ons betreft mag duidelijker worden gecommuniceerd waarom een zonnepark nodig is. Want er liggen nog veel daken leeg. Waarvan u aangeeft een deel niet te mogen meenemen? Van wie mag dat dan niet? En waar ligt die grens dan, bijvoorbeeld bij welk bedrijfsdak telt en welk niet? We hebben meerdere signalen gekregen van mensen die het onbegrijpelijk vinden dat er nog zoveel daken leeg zijn, bijvoorbeeld van panden van Thuisvester. Met Thuisvester moeten toch dingen te regelen zijn.

Over de start van het zonneparkproces is een en ander op de gemeente aan te merken in hoe inwoners zijn meegenomen. Nu we in het proces weer een horde verder nemen zijn er alsnog een heleboel vragen over de specifieke noodzaak van een zonnepark. Uw houding is wel verbeterd na enkele informatiemomenten, onder andere ter plaatse. Kan de portefeuillehouder aangeven hoe hij concreet denkt de inwoners in het vervolg van het proces verder mee te nemen en hoe hij concreet uit wil leggen dat we een zonnepark en straks een windpark nodig hebben?

Wat betreft de cultuurhistorische- en natuurwaarden is een en ander weergegeven in de ruimtelijke onderbouwing. Langs het recreatieve fietspad wordt natuur aangelegd die, hopelijk, zo goed mogelijk in het bestaande landschap past. We zijn benieuwd naar de verdere gedetailleerde uitwerking hiervan. De initiatiefnemer heeft op eigen terrein in Moerdijk een zonnepark gerealiseerd dat ook in een bloemrijk grasland staat. Wordt dit een kopie daarvan? De werkgroep biodiversiteit is in beginsel een goed initiatief, vooral omdat de omgeving inhoudelijk kan worden meegenomen. Maar welke rol heeft deze werkgroep precies? En wie heeft de regie? En wat doet de gemeente specifiek op het gebied van de vaak genoemde biodiversiteit, nu en op langere termijn?

Wij vinden versteviging van de biodiversiteit een belangrijk punt voor onze leefomgeving. Maar het mag nog allemaal wat specifieker. Voor nu en op langere termijn. Ter inspiratie bieden we u graag een exemplaar aan van het boek ‘Bescherming van de biodiversiteit, een weerbarstige uitdaging’. Daar staan veel goede en passende voorbeelden in, toegespitst op het maken van beleid ter bevordering van biodiversiteit.

En, misschien een beetje vooruitlopend op de volgende stap in het proces, nog een mogelijkheid om extra winst te halen uit het project: u gaat de grond onder en rond de panelen inzaaien met bloemrijk grasland. In Oosterhout huist de oudste bijenhoudersvereniging van Nederland. We kunnen ons voorstellen dat zij blij zijn met 37 hectare bloemrijk grasland. Ook lieten zij in de krant optekenen dat ze op zoek zijn naar een locatie. Het lijkt ons een idee als de gemeente uit eigen beweging contact wil opnemen met het gilde en samen met hen wil kijken of er een combinatie te maken is. Dan krijgt het een echt Oosterhouts tintje en u geeft de grond een duidelijke dubbelfunctie.

Dank u wel voorzitter.

Wandelen in de bossen? Bekijk hoe druk het is met de druktemeter

Als je graag even een luchtje wil scheppen in de bossen is dat natuurlijk mogelijk. Maar hoeveel mensen kwamen op hetzelfde idee? Dat is nu relatief goed in te schatten met de ontwikkeling van de ‘druktemeter’. Op de website van Visit Brabant (www.visitbrabant.com) is deze te vinden. Dus je kunt nu kiezen wanneer het voor jou rustig genoeg is om te gaan wandelen en ook waar je gaat wandelen.

De druktemeter is een gezamenlijk initiatief Visit Brabant, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. Op een kaart is de actuele drukte in de natuurgebieden, waaronder die van Dorst, te zien. De Druktemeter toont een indicatie van drukte, gebaseerd op meldingen van natuurorganisaties en bezoekers. Zeker in weekenden met mooi weer kan de drukte snel veranderen. De website waarschuwt er dus voor om ook vooral zelf goed uit te blijven kijken.

De drukte is uitgedrukt in groen (rustig), oranje (het is aan de drukke kant of drukte wordt verwacht, overweeg elders naartoe te gaan) en rood (het is te druk). Er wordt overigens onderscheid gemaakt tussen wandelen, fietsen en ruiteren. Uiteraard kan daar wat verschil zitten in de mogelijkheden.

De pagina met de druktemeter geeft in het algemeen wat tips om op te letten als je even van de buitenlucht wil genieten. Ga bijvoorbeeld bij voorkeur niet op pad tussen 11.00 en 15.00 uur, houd afstand tot elkaar en laat de auto thuis. Dat scheelt ook drukte op de parkeerplaatsen.

Zelf drukte melden?

De druktemeter maakt op basis van meerdere bronnen een indicatie van de drukte. Een van die bronnen is de melding die bezoekers zelf maken. Is het ergens te druk of juist rustiger dan aangegeven? Dan kun je dat laten weten aan Visit Brabant, via het adres https://www.visitbrabant.com/nl/routes/drukte-melden. Dat kan anderen weer helpen bij het maken van een keuze om wel of niet op een bepaalde plek van de natuur te gaan genieten.

Dorstlezer

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer van januari 2021.

De Dorstse bossen: mens natuur en indistrie

Met ruim 1200 hectare aan uitgestrekte bossen heeft ons dorp een mooie groene mantel aan de noordkant en bestaat het grootste gedeelte van ons dorpsoppervlak uit schitterende natuur. Schitterend, niet in de laatste plaats vanwege de gevarieerdheid van het gebied. In de loop der eeuwen is er veel gebeurd. Te veel om op te noemen in een luttel stuk. Toch proberen we je mee te nemen en enkele opvallende feiten en gebeurtenissen kort uit te lichten.

Kenmerkend aan ons gebied is de leem. Toen Brabant Water ging boren voor de waterleidingen, bleek dat er op ongeveer 125 meter diep een schelpenbank in de grond zit. Dat duidt erop dat het vroeger, waarschijnlijk miljoenen jaren geleden, strand is geweest. Die leem onthult ook de vroegere aanwezigheid van water.

Bij de moerputten (in de buurt van Baarschot) zijn resten van jagers gevonden, die er in een moerassig gebied hebben geleefd. Waaraan Dorst haar naam dankt is niet helemaal bekend, maar een van de lezingen gaat over het moeras rondom Dorst. Vroeger werd de plaats Dorsten genoemd, dat gezien wordt als een samenvoeging van Den Horsten. En dat verwijst weer naar moerassig gebied. Dat er al lang, ver voor Christus, mensen in ons mooie gebied woonden is niet alleen duidelijk aan de vele vondsten die werden gedaan. Ook een heleboel mythen gaan doen er de rondte.

De bekendste sagen stammen uit de middeleeuwen, rondom de adellijke families die in dit gebied leefden. Familie van Duyvenvoorde -een schatrijke bastaardzoon- is een bekende. Het bos De Duiventoren dankt er zijn naam aan. Midden in De Duiventoren ligt een open stuk, waar het voormalige kasteel heeft gestaan. De ‘grachten’ doen er nog aan denken. Na de dood van de goede heer Van Duyvenvoorde viel het kasteel in handen van zijn kwaadaardige zoon. Het schijnt dat zijn geest nog altijd rondwaart in de gracht. Wie het water betreedt, zal worden meegezogen in zijn wreedheid. Deze familie heeft veel invloed gehad, niet in de laatste plaats in het bosgebied. ‘De Keeten’ aan de Oude Bredase baan verwijst naar de houten paardenstallen.

Bij de verbouw van de kampeerboerderij De Eekhoorn, is een middeleeuwse kruik gevonden. Het opschrijft vertelt ons dat de kruik uit Duitsland afkomstig is. Er zijn in ons land meerdere van deze kruiken opgedoken, maar de legende zegt dat zo’n kruik voor de voordeur alle heidenen verjaagt.

Het bos zelf is gevormd door oude moerassen en door de mens. Karakteristiek zijn de zandverstuivingen die her en der voorkomen en de buurtschappen Steenoven en Seters. Deels zijn die ontgonnen voor landbouw of, vaker nog, voor het uitsteken van leem voor de voormalige steenfabrieken in Dorst en later Vijf Eiken. Een deel van de zandvalktes bij Seters zijn kaal gekapt door Prins Frederik, de tweede zoon van de latere koning Willem I. Hij wilde het gebied begaanbaarder maken. Een deel van de bossen heten niet voor Frederiksbossen. Momenteel heb je er een prachtig uitzicht en leent ze berg zich goed om in te spelen.

In de prehistorie is het gebied Het Moerken bewoond geweest. In de loop der eeuwen is het vervallen tot moeras. Later werd er turf gestoken. Momenteel heeft Staatsbosbeheer het gebied geprobeerd te herstellen, waaronder het terugbrengen van de moerputten.

 

Recreatie

Het bos is dus in de loop van de eeuwen voor veel doeleinden gebruikt. Begin 18e eeuw bijvoorbeeld ook voor militaire oefeningen, wat we ons misschien nu in het cadettenkamp nog kunnen voorstellen.

Pakweg de laatste eeuw is het bos vooral door Staatsbosbeheer beheerd. Vanaf 1899 bestond het bos vooral uit grove den. Jarenlang is het gebied veel gebruikt voor de houtproductie. In de jaren ’70 nam de grootschalige recreatie toe. Momenteel is daar vooral sprake van. Het beheren van de bossen is minder gefocust op de productie van hout, wat de variëteit en de speelsheid van het bos ten goede komt.

Momenteel wordt er volop gewandeld, gefietst, geruiterd, gemoutnainbiket, gevist, gefilosofeerd, geschreven, gegeten en gedronken, gefotografeerd, etc…. maar niet meer gezwommen.

 

Surae

De meest bekende en bewust opgezette recreatieve is uiteraard Surae, dat in 1927 haar deuren openden met een ‘kuitenbad’. Het bestond uit twee baden die simpel met rietmatten gescheiden waren. Aan de wieg van de opzet stond de Bredase zwemleraar Kuit. Hij heeft de zwemgelegenheid tot ontwikkeling gebracht. Hij heeft er tot 1957 leiding gegeven. Surae dankt zijn naam aan hem: ‘kuit’ als deel van het been luidt in het Latijn ‘sua’ en van dit woord heeft men de Latijnse meervoudsvorm ‘surae’ gekozen. Momenteel is het recreatieve bad als zwemwater gesloten en teruggegeven aan de natuur.

 

Rupsen

Zo nu en dan grijpt de natuur een beetje in. Een recent voorbeeld stamt uit 1994. Het bos werd geplaagd door miljoenen rupsen. Het waren geen eikenprocessierupsen, maar zigeunermotten. Grote delen van het bos werden in zeer korte tijd kaalgevreten. Er was geen stofzuiger met voldoende zuigkracht om de constante toestroom van de kleine wormige beesten een halt toe te roepen. Foto’s van deze ‘auto met rupsbanden’ van de familie Geurts haalde zelfs de Telegraaf van 20 juni 1994.

Er zal (hopelijk) altijd een harmonieus samenspel blijven tussen de ontwikkeling van natuur, recreatie en ‘industrie’. Dat houdt het bos levendig en bij de tijd.

SWV In The Picture: SWV Helmond-Peelland VO

PO-Magazine

In het samenwerkingsverband Helmond-Peelland VO werken 25 scholen voor het voortgezet (speciaal) onderwijs nauw samen in negen (deel)gemeenten in de regio Helmond. In totaal zitten er ruim 14.000 leerlingen op de scholen. Directeur Marja van Leeuwen vertelt over de kracht van het samenwerkingsverband en de samenwerking met primair onderwijs.

“Wat belangrijk is in ons samenwerkingsverband is dat we heel duidelijk zijn in hoe we werken. Als er iets aan de hand is op een school, dan neemt de zorgcoördinator van de betreffende school met ons contact op. Dat gaat telefonisch of door een aanvraag via onze software-applicatie te doen.

Als een aanvraag binnenkomt, kijken we naar de ondersteuningsvraag. Naar aanleiding daarvan beslissen we wat er nodig is. We formuleren ook wat de ingezette ondersteuning moet gaan opleveren en wanneer we dat resultaat mogen verwachten. Soms zijn er relatief eenvoudige aanvragen”, legt Van Leeuwen uit. “Maar zeker in het voortgezet onderwijs zijn er ook leerlingen die helemaal vastlopen en dan is de aanvraag complex. In die gevallen volgt er een gesprek met de adviescommissie toewijzingen (ACT). Voor dat gesprek nodigen we ook de ouders en de leerling zelf uit.”

Deze gesprekken vinden altijd op woensdag plaats. Dit als voorbeeld van de heldere werkafspraken. De gesprekken vinden gegarandeerd plaats binnen twee weken nadat de aanvraag door de ACT is ontvangen. Ouders hebben toegang tot de aanvraag zoals die is ingediend bij de ACT.

Tijdens dat gesprek komt op tafel wat er aan de hand is en of dat probleem door alle partijen wordt herkend. De voorzitter breidt de ACT uit met specifieke deskundigheid (denk daarbij bijvoorbeeld aan experts op het gebied van jeugdhulp of hoogbegaafdheid) als zij dat nodig vindt. “Kenmerkend voor deze gesprekken is dat er goed naar elkaar wordt geluisterd en respectvol met elkaar wordt omgegaan”, vertelt Van Leeuwen. In een dergelijk gesprek zal de voorzitter eerst met de aanwezigen het probleem scherp proberen te krijgen. En als daarover overeenstemming is, wordt gezamenlijk gezocht naar mogelijke oplossingen. Alle partijen aan tafel hebben hierin een stem. Van Leeuwen: “Daar gebeurt vaak heel veel. Het zijn meestal goede gesprekken die vrijwel altijd in harmonie worden afgesloten. Ik ben daar wel trots op. Van de duizend aanvragen die we jaarlijks krijgen zijn er veel administratief af te handelen, maar er zijn ook wel veel gesprekken. Elke week pakweg acht. Dat betekent dat de adviescommissie goed werk verricht en het voor elkaar krijgt om een sfeer neer te zetten waarin iedereen zijn woord mag doen om het probleem en de mogelijke oplossingen boven tafel te krijgen.” Direct gevolg van deze werkwijze is dat er geen bezwaren zijn en nauwelijks klachten. “Dat gesprek met alle betrokken partijen is iets wat ik iedereen aan zou kunnen raden, zelfs als er ogenschijnlijk (nog) niet veel aan de hand lijkt te zijn. Het blijkt steeds weer dat de deelnemers aan het gesprek bijna altijd intuïtief al langer wisten dat iets niet goed zat. Het is juist dan belangrijk om elkaar snel te vinden. Zo voorkomen we dat belemmeringen die in eerste instantie nog niet problematisch zijn veel te lang blijven bestaan en mogelijk uitgroeien tot veel grotere problemen. Heldere communicatie levert heel veel op.”

 

Communicatie

Als voorbeeld van niet heldere communicatie noemt Van Leeuwen het gesprek tussen school en ouders, waarin door school gezegd wordt: hij doet het goed op school. Als een leerling dan op school minder goede cijfers haalt dan ouders hadden verwacht, is er teleurstelling. Als je daarover doorvraagt blijkt dat de school die gezegd heeft ‘hij doet het goed op school’, hiermee vooral bedoelde dat het ‘zo’n leuk joch is’. Van Leeuwen: “Wees duidelijk en expliciet in wat je wilt zeggen en check of de boodschap goed is overgekomen.”

Van Leeuwen ervaart een soort taboe op het benoemen van eventuele beperkingen. Hierdoor komt bijvoorbeeld een onderwijssoort als praktijkonderwijs volgens haar soms in het verdomhoekje. “Dat vind ik jammer. Leerlingen voor wie dit de passende onderwijssoort is, leven er vaak op en vinden daarna mooi werk dat bij ze past. We kunnen veel leren van het kijken naar de talenten die leerlingen wèl hebben en deze op waarde schatten. Willen we leerlingen die koste wat het kost vmbo halen, terwijl ze liever buiten spelen? Of willen we leerlingen die doen waar ze blij van worden en succeservaringen hebben? We moeten niet zeggen: ‘hij moet een niveau lager’, maar ‘praktisch onderwijs past beter bij deze leerling dan theoretisch onderwijs’. Er zijn mensen die liever werken met het hoofd en anderen die liever werken met de handen. Bovendien is het in ons land zo geregeld dat je altijd verder kunt leren als je dat op een later ogenblik zou willen. Ga weg van dat laag- en hooggeschoold. We hebben niet alleen dokters nodig, maar ook loodgieters.”

 

 

PO – VO

Goed op weg helpen

Het contact tussen het po en het vo wordt door Van Leeuwen als goed ervaren: “Ik ga elk jaar met mijn collega uit het po op pad langs alle besturen en intern begeleiders van de po-scholen. We gaan in gesprek over wat we samen het komende jaar gaan doen. Daar krijgen we terug uit de scholen wat er speelt. Wij vinden het belangrijk dat iedereen in de regio die wat met onderwijs te maken heeft, weet dat wij ons inzetten voor een doorlopende leer- en ondersteuningslijn. Dat geven we vorm door bijvoorbeeld Vast en zeker naar het vo. Dit is een virtuele gereedschapskist waarin allerlei hulpmiddelen zitten die ouders en leerkrachten van kinderen uit het primair onderwijs helpen bij de voorbereiding op een prettige en duurzame overstap naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast spreken we elkaar zeer regelmatig en onderhouden we samen contacten met gemeenten om te komen tot goede afstemming als het gaat om zaken als inzet jeugdhulp, leerplicht, leerlingenvervoer, enzovoort. De regio waar wij in mogen werken kent een lange traditie van samenwerken en dat is voor een samenwerkingsverband bijzonder prettig.”

Verdwaald in de natuur? Zo kom je thuis

De natuurgebieden om ons heen zijn uitgestrekt. Stel nu dat je op een dag zó enthousiast aan het wandelen bent, dat je de weg terug niet meer weet en je telefoon met een kaartenapp daarop ook nog eens leeg is, wat dan? Het boek De natuur als kompasvan de Britse wandelaar en navigatie-expert Tristan Gooley kan je helpen met bomen, vogels, de zon en het weer.

Er is al veel op te maken aan de stand van de zon. De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. In het midden van de dag staat de zon dus in het zuiden, je schaduw wijst dan dus naar het noorden. Op die manier kun je ongeveer bepalen welke richting je verder moet.

Wanneer het donker is kan de maan je op weg helpen. Wanneer je de maan ziet, trek je vanaf de bovenste punt (zowel bij een halve als bij een volle maan) een rechte lijn naar beneden. Daar is, in Europa althans, ongeveer het zuiden. Dat geldt op elk tijdstip van de nacht. Als je geen maan ziet kunnen de sterren wellicht helpen. Zoek daarvoor de steelpan, ook wel grote beer genoemd. Wanneer je de afstand tussen de laatste twee sterren vijf keer doortrekt zie je de poolster (polaris). Die staat pal in het noorden.

Is het donker en/of bewolkt, waardoor je dus geen sterren, geen maan en geen zon ziet: laat de natuur om je heen de weg wijzen. Bomen bijvoorbeeld, hebben in principe de meeste en grootste takken aan de zuidkant. Dat is de zonkant en aan die kant is dus het meeste zonnewarmte op te halen. Ook beschermen bomen hun stam aan die kanten het meest. De takken aan de noordkant groeien meer verticaal, omdat ze hopen bovenaan nog een beetje zonlicht op te kunnen pikken. De toppen wijzen naar de richting waar de meeste wind vandaan komt, dat is het zuidwesten.

Zelfs het weer kan je hints geven. Vaak waaien de wolken urenlang in dezelfde richting. Let dus voordat je het bos ingaat, waar de wolken naartoe waaien. Bovendien stapelen ze zich vaak op boven dorpen en steden, dat kan ook een hint zijn. En mocht de wind toch draaien, zoek dan een combinatie van bovenstaande factoren om zeker te weten dat je goed zit.

Op naar een onbezorgde wandeltocht door het herfstbos. Want verdwalen is er niet meer bij.

SWV in the picture: SVW Utrecht PO

PO-Magazine

Binnen het Samenwerkingsverband Utrecht PO vallen ruim honderd basisscholen. Daarnaast zijn er nog vier speciale basisscholen en zes so-scholen. In totaal wordt er onderwijs gegeven aan ongeveer 31.000 leerlingen. Er zijn achttien schoolbesturen, die elk met een lid vertegenwoordigd zijn in het bestuur van het samenwerkingsverband. Dat bestuur wordt geleid door een onafhankelijke technisch voorzitter. De middelen worden verdeeld via een expertisemodel. Er gaat een fiks bedrag per leerling naar de scholen om de basisondersteuning te kunnen bieden. Er is een groot expertiseteam beschikbaar met consulenten passend onderwijs. De stad is verdeeld in vijf wijken, die in grote lijnen samenvallen met de buurtteams. De scholen in die wijken worden bediend door vier of vijf consulenten per wijk, afhankelijk van de vraag in samenwerking met kernpartners. De consulenten volgen de vraag van de scholen.

Wanneer een vraag de basisondersteuning overstijgt, wordt het expertiseteam benaderd. Er wordt dan een startgesprek gevoerd waar de precieze hulpvraag in kaart wordt gebracht. Dan zijn meteen alle betrokkenen aanwezig, van consulent tot kernpartner en van intern begeleider tot ouder.

Het bestuur van het samenwerkingsverband legt in een nieuw ondersteuningsplan de nadruk op samenwerking. Die samenwerking gaat uit naar schoolbesturen, kernpartners, ouders en leerlingen. Jetta Spaanenburg is sinds twee jaar directeur en geeft ons een inkijkje in het nieuwe ondersteuningsplan, waarin verbinding belangrijk is en de woorden ‘vertrouwen’, ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ centraal staan en gestalte krijgen. Spaanenburg: “De wettelijke opdracht is hetzelfde, maar hoe je die inkleurt en uitvoert is verschillend, maar wel heel belangrijk.”

 

Nieuw ondersteuningsplan

Het ondersteuningsplan is een zorgvuldig opgemaakt boekwerk met relatief bondige teksten die richting geven aan het doel. “We dragen met dit plan bij aan het versterken van passend onderwijs, het verbinden van de partners en we tonen de moed om te vernieuwen”, vertelt Spaanenburg trots. “We willen het document simpel houden en vooral ook realistisch en tegelijk ambitieus zijn in de doelen die we stellen.” Verbinding is daarbij de bouwsteen. “Toen ik in dit SWV begon was iedereen hard en bevlogen met heel goede dingen bezig, maar er was meer verbinding nodig. Dat helpt om tot een maximaal resultaat te komen in het behalen van de doelen.”

Na haar aanstelling is Spaanenburg met veel mensen gaan praten, mensen in alle hoeken van passend onderwijs. Daar constateerde ze dat er vaak relevante samenwerking miste. “Aan de hand van die gesprekken heb ik een actieplan gemaakt, een tien puntenprogramma dat als kapstok fungeert”, blikt Spaanenburg terug. “We hebben geïnvesteerd in goed naar elkaar luisten om ertoe te komen wat er nodig is in Utrecht. Zo hebben we zaken opgepakt die eigenlijk al klaarlagen en daar ook nieuwe onderwerpen aan toegevoegd.” Wat er bijvoorbeeld al klaarlag was een vraag om iets te doen op het gebied van hoogbegaafdheid, daar is een visie en een plan voor gemaakt waar alle verschillende lagen (basis-, extra- en speciaal onderwijs) mee uit de voeten kunnen.

 

In Utrecht wordt de opvatting ‘gewoon doen wat nodig is’ heel belangrijk gevonden. “Daar zijn we van doordrenkt”, zegt Spaanenburg. “Dus niet dat er voor het eerste gesprek al een opp moet zijn of iets dergelijks. Bij het startgesprek gaan we meteen kijken wat de vraag is, maar we kijken ook wat er eventueel al gebeurd is. Dan doen we geen dingen dubbel. We gaan direct al kijken wat het meest handig is om tot een geschikte oplossing te komen. In een latere fase, als we aan arrangementen beginnen, is een opp nodig. Maar we gaan niet meteen op de administratie zitten.”

Als de hulpvraag klaar is, kan de leerling of gewoon weer door of er volgt een analyse- en ondersteuningstraject. Dat gebeurt in samenwerking met de consulent. “Het kan zijn dat daar een investering van buiten voor nodig is. Wij bekostigen de arrangementen van de externe aanbieder wel”, legt Spaanenburg uit. “We voeren ze niet zelf uit, maar we zijn wel als coach of meedenker betrokken. Dan weten we of we nog steeds iets doen dat aansluit bij de vraag en we kunnen als het nodig is ook tussentijds het traject bijstellen.” Het systeem is zo opgezet, dat de school al snel een hulpvraag kan stellen en dit niet meer doet aan het einde van een traject wanneer ze ten einde raad is.

 

Basisondersteuning

Er is geen harde grens in wat er onder basisondersteuning valt en wat niet. Er was een standaard voor basisondersteuning, maar die was te weinig concreet. Een breed samengestelde werkgroep is gaan onderzoeken hoe de basisondersteuning scherper neergezet kan worden. Die werkgroep is typerend voor de manier waarop er wordt samengewerkt om samen vooruit te komen. Per wijk zijn er afspraken gemaakt en werksessies gehouden, zodat scholen meer van elkaar te weten kunnen komen en weer een actueel schoolondersteuningsprofiel konden maken.

Stedelijke afspraken over basisondersteuning zijn via die werkgroep op wijkniveau ingevuld. “Door op het gebied van basisondersteuning samen met de wijk afspraken te maken, krijg je een heel fijne dynamiek”, zag Spaanenburg. “Je bent niet alleen als schoolbestuur ergens mee bezig, maar breder en wel in dezelfde wijk. Scholen gaven aan vaker samen, als wijk, te willen praten of nadenken over onderwerpen. Dat creëert eenzelfde soort bedoeling en een zelfde kader. We maken kwaliteitskaarten om scholen te helpen op eenzelfde manier om te gaan met de kaders. Zo is er bijvoorbeeld kwaliteitskaart over het organiseren van een startgesprek of het inwerken van een nieuwe medewerker. Op het gebied van verbinden en kennisdeling, daar zie ik een rol voor het samenwerkingsverband. Zo kunnen we de schooloverstijgende rol nog mooier maken. We proberen handvatten te geven zodat duidelijk is wat er wordt verwacht, maar we geven ook de vrijheid om daarbinnen gewoon te kunnen doen wat nodig is, in vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid.”

SWV in the picture: Samenwerkingsverband Primair Onderwijs 30 06 (regio Oss/Uden /Meijerijstad)

PO-Magazine

Samenwerkingsverband Primair Onderwijs 30 06 ligt in Noordoost-Brabant en strekt zich uit in de gemeenten Oss, Uden, Meierijstad (behalve Schijndel), Bernheze en Landerd. Het verbindt daar 14 schoolbesturen met in totaal 95 basisscholen. Drie daarvan zijn scholen voor speciaal basisonderwijs en vijf voor speciaal onderwijs.

De algemene ledenvergadering bestaat uit de deelnemende besturen. Zij hebben in principe een toezichthoudende rol. Verder is er een kwaliteitscommissie en een auditcommissie. De Ondersteuningsplanraad is het medezeggenschapsorgaan van het samenwerkingsverband. Naast onderwijsprofessionals zijn ook ouders hierin goed vertegenwoordigd. Joris Elbers belichaamt sinds twee jaar het dagelijks bestuur. Hij vertelt over zijn samenwerkingsverband.

“Sinds mijn aantreden twee jaar geleden is er in het samenwerkingsverband een beweging gaande die wordt gekenmerkt door een enorm enthousiasme en een enorme verbinding met elkaar”, vertelt Elbers. Die beweging is op gang gekomen bij het gezamenlijk ontwikkelen van een nieuwe visie over het vormgeven van passend onderwijs. “Toen ik hier kwam lag er een boekwerk van 80 pagina’s te verstoffen. Niemand wist eigenlijk wat ermee moest gebeuren. Dat moest anders. Zonder gedeelde en gedragen visie is het onmogelijk om samen een beweging te realiseren.”

 

Verbinding

Bij de start als bestuurder begon Elbers met ‘lijntjes leggen’. “Ik vind het belangrijk dat we werken vanuit verbinding met elkaar. Die verbinding is nodig omdat we de gezamenlijke opdracht hebben om passend onderwijs te realiseren. Onze ambitie realiseren kan alleen als we samenwerken. Ons samenwerkingsverband is geen aparte geld schuivende organisatie of een organisatie die alleen maar toelaatbaarheidsverklaringen afgeeft. Wij zijn een netwerkorganisatie die aangesloten besturen en alle partners zo samenbrengt, dat we ook vorm kunnen geven aan passend onderwijs.”

De volgende stap was het voeren van de dialoog met allerlei betrokkenen over de ambitie van het samenwerkingsverband voor de komende jaren. “Dat deden we in verschillende panels. Een voor ouders, een voor professionals, een voor bestuurders en een voor ketenpartners. Ik wilde er ophalen waar we nu staan, waar we naartoe willen en hoe we dat willen bereiken. Hierdoor kwam er een gezamenlijke beweging op gang, doordat iedereen invloed had op de vraag waar de nieuwe visie naartoe gaat.” De input werd verwerkt tot een nieuw ondersteuningsplan. “We hebben er een leesbaar een aansprekend boekje van gemaakt, in plaats van alleen maar een dik pak papier.” In het midden van het ondersteuningsplan staat een infographic die helder en inzichtelijk antwoord geeft op de vraag: ‘hoe ziet passend onderwijs er in ons samenwerkingsverband uit’? Daar is ook weer een animatiefilmpje van gemaakt, zodat ook online dezelfde boodschap gedeeld wordt. “Dat inzichtelijk maken heeft er echt toe bijgedragen dat we met elkaar een gevoel krijgen waaraan we werken”, zegt Elbers trots.

 

Kind centraal

Toen de nieuwe visie er was, werd het tijd voor de volgende stap. “We hebben met elkaar afgesproken dat we niet teveel kijken naar allerlei landelijke verwijspercentages en andere cijfers, maar ons focussen op het kind. We kunnen wel ontzettend gaan sturen op het omlaag brengen van de speciaal onderwijspercentages, maar dan doen we niet per se het goede voor het kind. En dat laatste is wel waar we als samenwerkingsverband uiteindelijk voor zijn. Dus stellen we elkaar een andere vraag: wat heeft het kind echt nodig? Welke ondersteuning en op welke plek?” Dan geven we echt vorm aan passend onderwijs. Het is mooi om te zien dat betrokkenen dit als een gemeenschappelijke opdracht zijn gaan ervaren en dat er op inhoud gesproken wordt, in plaats van alleen op getalletjes.”

Het samenwerkingsverband heeft dus forse stappen gezet. Het geheim achter dit ‘succes’ noemt Elbers de duidelijke visie die het samenwerkingsverband heeft, gecombineerd met verbindend leiderschap. Een verbindend leider weet de partijen bij elkaar te brengen, verder te laten kijken dan het eigen belang en hen zich aan de gedeelde visie te laten committeren. Een belangrijke bouwsteen ligt ook bij de schoolbesturen. “Zij hebben in de governance moeten durven zeggen: we stellen een onafhankelijk bestuurder aan die we de ruimte geven om het samenwerkingsverband te sturen.” Elbers is die bestuurder. “Dat de besturen een stapje terug hebben gedaan in het samenwerkingsverband heeft een belangrijke rol gespeeld. Ik heb keuzes kunnen maken die zij nooit hadden gemaakt als ze in het bestuur hadden gezeten. Dan hadden ze namelijk in hun eigen budgeten moeten gaan snijden.”

 

Communicatie en visualisatie

Om de visie echt te laten slagen zijn communicatie en visualisatie cruciale instrumenten. Elbers: “We zorgen er steeds voor dat we dezelfde boodschap in begrijpelijke taal delen, via allerlei kanalen. De kracht zit in herhaling en in het aanspreken van professionals en ouders. Zo heeft elke school een poster opgehangen met de ondersteuningsstructuur erop. Ons jaarplan staat ook op één poster en heeft acht duidelijke speerpunten, met daarbij uitgewerkt wat we gaan doen. Via onze digitale nieuwsbrief, die goed gelezen wordt, delen we regelmatig waar we, dus ook de scholen, mee bezig zijn. We geven met filmpjes en interviews een gezicht aan de mensen van het samenwerkingsverband. Dit alles zorgt ervoor dat we steeds werken aan verbinding en aan het delen van onze gezamenlijke opdracht. Dat het werkt blijkt wel uit de reacties uit het veld en de hoge opkomsten als we bijeenkomsten organiseren.”

Het grootste compliment dat Elbers in de afgelopen twee jaar heeft ontvangen kwam bij het afkondigen van de coronamaatregelen, medio maart. “Vanuit verschillende kanten kwam de vraag hoe het samenwerkingsverband kan ondersteunen het onderwijs goed kunnen vormgeven op afstand voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte. Dat is een compliment omdat het precies ingaat op het systeem: ‘hoe kunnen we het onderwijs en dus ook passend onderwijs met elkaar vormgeven’.” Binnen twee dagen werd met een klein team www.passendonderwijsthuis.nl opgezet. Een website waarop ouders en professionals volop informatie kunnen vinden over passend onderwijs thuis en waarbij specialisten uit het hele land  betrokken worden om kennis te delen. En met een bijbehorend platform waar ouders, leerlingen en professionals tips kunnen plaatsen of vragen kunnen stellen. “Dat is een mooi voorbeeld van wat we nastreven. Niet eindeloos vergaderen, maar gaan doen, omdat daarmee de leerling het meeste geholpen is. En niet blijven kijken binnen onze eigen regio, maar ook de verbinding zoeken met partijen daarbuiten. Passend onderwijs is immers een opdracht van en aan ons allemaal.”

Passend onderwijs thuis: Een revolutie ontketend?

PO-Magazine

In de dagen en weken na 16 maart heeft het onderwijs laten zien hoe wendbaar het is. In plaats van overwegend traditioneel les in een klaslokaal, kregen tienduizenden leerlingen van de ene op de andere dag les op afstand. Plotseling belandde het onderwijs in een enorme (digitale) revolutie. “Het is alsof we in één weekeind van 2020 in 2030 zijn beland”, analyseerde Christien Bok, onderwijsvernieuwer bij ICT-organisatie Surf de inhaalslag van onderwijs op afstand. Allerlei initiatieven kwamen op, zowel onderwijsinhoudelijk als in het beschikbaar stellen van ICT-middelen. Medio mei mogen de leerlingen mondjesmaat weer naar school, maar wat leren we van de weken ervoor? En wat blijft er over uit die tijd?

 

Het is de vraag hoe de leerlingen terugkeren in het normale schoolstramien. Vooral voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte kunnen er achterstanden ontstaan zijn. Het is ook mogelijk dat deze leerlingen juist houvast hebben aan de middelen die zij hebben leren gebruiken tijdens de coronacrisis. Overigens stelde het ministerie een budget van 244 miljoen euro beschikbaar dat het basis- en voortgezet onderwijs kan gebruiken voor het terugdringen van onderwijsachterstanden.

Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) ondernam actie op de vraag hoe leerlingen goed op afstand bediend kunnen worden. Zij ontwikkelde hiervoor een platform. De onderwerpen prioriteiten, kwaliteit, ICT en thuiswerkopdrachten kregen de aandacht.

“Vanaf dag één van de crisis ontstond bij een collega en bij mij de wens om kwalitatief goed materiaal beschikbaar te stellen voor leerlingen, dat aansluit bij doelen binnen vakken als rekenen en taal. Daar hebben we later nog wereldoriëntatie aan toegevoegd. Ons idee was dat dit materiaal hierna ook nog jaren gebruikt zou kunnen worden voor thuisonderwijs”, vertelt Matthijs Driebergen van de SLO. Samen met SchoolTV en KidsWeek werd allerlei (gratis) lesmateriaal voor thuis ontwikkeld en beschikbaar gesteld. Driebergen: “Dit materiaal is bedacht vanuit doelen en leerlijnen, maar het is wel materiaal dat leerlingen min of meer zelfstandig kunnen gebruiken. We willen de stof echt breed benaderen, met daarbij ook uitdrukkelijk aandacht voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Leraren kunnen het inzetten om toch aan taal- en rekendoelen te werken en daarnaast iets anders aan te kunnen bieden als wereldoriëntatie vanuit de actualiteit. Ons aanbod gaat niet zozeer in op het organiseren van een losse les of een los doeltje. Het gaat ons erom dat je de dingen die je doet ook goed beredeneerd doet en dat ze het liefst ook passen binnen meerdere leergebieden of vakken. Zo hebben we een verbinding gemaakt tussen rekenen en wereldoriëntatie of taal en kunstzinnige oriëntatie bijvoorbeeld. Dat zorgt er ook voor dat het voor leerlingen aantrekkelijk blijft. Leerlingen hoeven dan niet eindeloos alleen maar tafelsommen te maken of iets dergelijks. En naast technisch lezen hebben we ook gewoon leuke inhoud erbij zitten.”

Dit idee resulteerde in een centrale pagina op de website van de SLO (slo.nl/thuisonderwijs). Vanuit allerlei gebieden binnen de stichting werden materialen toegevoegd. “Bijvoorbeeld passend onderwijs, so en vso droegen materialen aan”, blikt Driebergen terug. Dit zorgde voor een enorme groei, vertelt hij. “Er staat nu veel meer op dan alleen materiaal over de genoemde vakgebieden. Er is bijvoorbeeld informatie over digitale ontwikkeling, maar er zijn ook tips voor het begeleiden van leerlingen op afstand. En zo bouwen we elke week verder. We brainstormen met onze partners over de thema’s die we willen gebruiken en welke lessen daarbij aangeboden kan worden. Zo groeit het aanbod.”

Behalve het sec aanvullen van aanbod wordt er ook gekeken naar prioritering. Stel dat er langere tijd les op afstand gegeven moet worden, waar liggen dan de prioriteiten in groep 1, groep 2, etc.? “Daarover zijn we met de PO-Raad en het ministerie in gesprek”, vertelt Driebergen. “Aan de statistieken van onze pagina zien we dat er behoorlijk veel gebruik wordt gemaakt van tips en aanwijzingen. Er blijkt veel animo te zijn voor aanbod dat we hebben opgesteld voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften en voor het speciaal onderwijs.”

 

Wat houden we over aan deze ervaringen?

Vanwege de privacy hebben we wekenlang in een beveiligde omgeving gewerkt. We hebben kunnen leren dat dit mogelijkheden schept die we kunnen inzetten in ons dagelijks onderwijs. We hebben kunnen leren dat ondanks strenge eisen op het gebied van privacy en beveiliging, er van alles mogelijk is om toch onderwijs op afstand te kunnen bieden. Dit kan hulp bieden aan bijvoorbeeld zieke leerlingen of leerlingen die op een of andere manier niet mobiel zijn, dit is voor ouders interessant en het zou in bepaalde gevallen thuiszitters binnenboord kunnen halen, omdat zij op afstand kunnen instromen. Het veranderen in denken over onderwijs op afstand is blijvend, we hebben het nu immers gedaan. We hebben nu de urgentie gevoeld en raken er wat meer bedreven in. Zo schrijft Bok in De Volkskrant (3 april 2020): “Onbekend maakt onbemind. Waar veel docenten eerder niet dachten dat allerlei techniek (op afstand) hun onderwijs zou verbeteren, hebben ze nu kunnen ervaren wat er mogelijk is. Het is zeker niet de bedoeling dat volledig online onderwijs straks de norm wordt. Idealiter maken we met z’n allen een afgewogen keuze welke onderwijsonderdelen zich goed lenen voor online en in welke vorm. Ik kan me niet voorstellen dat dit géén katalysator zal zijn om de mogelijkheden van digitalisering hierna op grotere schaal een plaats te geven in het onderwijs.”

Hoewel veel leraren aangeven hun leerlingen al snel te missen als zij op afstand deelnemen, zal een deel van de opgedane ervaring een plaats krijgen in het onderwijs vanaf nu.

 

Ook Driebergen voorziet niet dat we het licht van het digitale onderwijs of het onderwijs op afstand nu zo hebben gezien, dat we niet meer terug willen. “Je ziet dat een groot deel van het onderwijs niet draait om de lesstof, maar om de relatie tussen leraar en leerling en leerlingen onderling bijvoorbeeld.” Maar van de onderdelen die nu worden opgezet zal een deel ook blijvend zijn. “We gaan door met bijvoorbeeld het prioriteren van lesmateriaal en lesstof voor de verschillende groepen. Alleen al omdat scholen de komende periode tijd tekortkomen om alles te behandelen. Zij zullen keuzes moeten maken. Onze pagina kan leraren daarin faciliteren.” Op de langere termijn is er nog een verandering. Driebergen: “Leraren en leerlingen hebben noodgedwongen kennisgemaakt met leren via allerlei devices, maar ook met een enorme diversiteit aan bronnen, zoals Klokhuis, YouTube, SchoolTV en verzin het maar. De ervaringendie zij opdoen, zullen ook na deze crisis gebruikt gaan worden op school en thuis. Met bijvoorbeeld korte instructiefilmpjes kunnen ouders hun kinderen thuis ook helpen met de lesstof. Er is de afgelopen weken in elk geval een enorme creativiteit losgekomen, van groep 1 tot in groep 8.”

 

VOORBEELDEN

Er zijn tal van goede voorbeelden van digitaal onderwijs ontwikkeld, dit jaar en ook al eerder. Enkele bronnen voor onderwijs op afstand aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften lichten we eruit.

 

Samen passend onderwijs realiseren

Het samenwerkingsverband in Oss en omstreken doet zijn best om passend onderwijs te realiseren op een gezamenlijke manier. In dat kader lanceerden zij de website www.passendonderwijsthuis.nl, een platform met tips en tools om leerlingen die ondersteuning nodig hebben op afstand van goed onderwijs te voorzien.

“Om scholen te ondersteunen zijn we dit eigen platform begonnen. De leerlingen met ondersteuningsbehoeften zitten, net als iedereen, thuis. Iedereen is aan het zoeken wat we daarmee moeten. Om een antwoord te bieden hebben we verbinding gezocht met het LPO, de PO-Raad, het NJi, de sectorrraad VO, het ministerie, etc. Men is dit bericht gaan delen. Hierdoor komen er specialisten uit het gehele land op onze website, die vragen stellen. Het gaat niet meer alleen om onze eigen regio of onze eigen leerlingen, maar om passend onderwijs voor alle leerlingen”, stelt directeur van het samenwerkingsverband Joris Elbers.

 

Lesopafstand.nl

Op lesopafstand.nl is betrouwbare informatie te vinden over het inzetten van ICT ter ondersteuning van onderwijs op afstand. Ook vind je een overzicht van toepassingen, leermiddelen en leveranciers. Deze link is nuttig voor leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte.

po.lesopafstand.nl en ouders.lesopafstand.nl

 

Steffie

Uitleghulp Steffie legt moeilijke informatie op een eenvoudige manier uit. De website is speciaal bedoeld voor mensen met een verstandelijke beperking en laaggeletterden.

www.steffie.nl

 

 

EMB en thuisonderwijs

Op deze Wikiwijs zijn tips en ideeën van leerkrachten, ouders en leerlingen te vinden ter inspiratie voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking.

maken.wikiwijs.nl/160264/EMB_en_thuisonderwijs

 

Zintuigenverhalen van Kentalis

Een vorm van voorlezen waarbij foto’s, pictogrammen en gebaren worden gebruikt. Maar het belangrijkst is dat de zintuigen geprikkeld worden. Er is iets te zien, te ruiken, te proeven, te voelen.

www.kentalis.nl/wetenschappelijk-onderzoek/communicatie-stimuleren-zintuigenverhalen

 

Taakaanpak

Hoe weet ik of ik goed gewerkt heb aan een taak? SamenWijzer heeft in pictogrammenaangegeven hoe je je eigen taak kan controleren. balansdigitaal.nl/wp-content/uploads/2020/03/Taakaanpak-Samen-Wijzer-Duin-en- Bollenstreek.pdf

 

Thuis zonder vakantie: 7 tips voor leerlingen met autisme

‘Geef me de vijf’ heeft een aanpak voor kinderen met autisme ontwikkeld en deze uitgebreid met een aantal thuistips.

balansdigitaal.nl/wp-content/uploads/2020/03/Geef-me-de-vijf-en-thuistips.pdf