Leerlingvervoer: In de gemeente Nieuwegein worden schoolbussen ingezet

PO-Magazine

De gemeente vervoert leerlingen wanneer deze meer dan zes kilometer van de school woont. Dit gebeurt in de regel met busjes, met begeleid openbaar vervoer (ov) of met een abonnement in het ov. Met name scholen in het speciaal (basis) onderwijs hebben te maken met leerlingen die wat verder van de school vandaan wonen. Het leerlingvervoer is iets dat overal anders geregeld is en waar deze scholen –om verschillende redenen- vaak mee worstelen. In Nieuwegein is hiervoor enkele jaren geleden een oplossing bedacht en ontwikkeld.

Gonnie Boerma – directeur sbo De Evenaar:
Wat maakt dat je als schoolorganisatie zelf je vervoer wilt gaan regelen?

Bij onze groep leerlingen, die ver weg woont, kwam het zeer regelmatig voor dat er in de busjes op de heenweg al zoveel onrust was waardoor de leerlingen te energiek op school aankwamen. Er ging veel tijd overheen om de leerlingen weer tot rust te laten komen, zodat ze aan het onderwijs deel konden nemen. Hier liepen we als school regelmatig tegenaan.

Daarnaast zijn er ook leerlingen die dichter bij de school wonen, maar die zonder georganiseerd vervoer niet naar school kunnen komen. De reden hiervoor kan b.v. de thuissituatie zijn: ouder(s) krijgen het niet georganiseerd om hun kind om wat voor reden dan ook naar school te brengen.

Naar aanleiding van bovenstaande feiten zijn er meerdere gesprekken geweest met de politiek en de gemeente. Deze gesprekken resulteerden in een akkoord met de gemeente, waarin is geregeld dat we jaarlijks een vaste bijdrage krijgen vanuit de gemeente en dat we dan verder het vervoer zelf mogen regelen.

Voor het bijeenbrengen van de gelden voor de aanschaf van de bus hebben we een aanvraag gedaan bij de Lions Club in Nieuwegein. Zij hebben vervolgens een benefietavond georganiseerd, waarbij de collega’s van de school actief betrokken waren, van garderobedienst tot uitserveren, enzovoort. Door de opbrengst van deze benefietavond waren we in de mogelijkheid om een door de autogarage gesponsorde bus te kopen.

De Evenaar mocht dus zelf zorg dragen voor het vervoer. Dit plan is de school verder gaan opzetten en uitvoeren. Leraar Barrie Piekema en collega’s stonden aan het begin van de uitvoering van dit project. “Er waren steeds meer ouders van wie we te horen kregen dat hun kinderen heel lastig op school kunnen komen.”

Zelf vervoer regelen

Toen is er concreet een busje aangekocht. “Inmiddels rijden we met twee busjes en een auto. De leerlingen worden dan op een afgesproken plek opgehaald”, vertelt Piekema.

“Wat ook een belangrijk item was en zeker meespeelt om het vervoer zelf te willen regelen, is dat het voor sbo-leerlingen vaak ook fijn is om bekende en vaste gezichten te hebben in het busje. Dus telkens dezelfde chauffeur. De busjes worden namelijk door onze eigen mensen gereden. “

Er is geen minimum of maximum aantal leerlingen dat deel mag nemen aan het vervoer. Momenteel maken er ongeveer 50 leerlingen gebruik van de regeling. “Aan het begin van het jaar willen we elke leerling die moet, ook in het vervoer hebben en gaan we het zo organiseren dat dit meestal lukt. Soms merken we na een paar maanden dat we dan echt vol zitten. We kunnen niet elke maand wijzigingen van chauffeurs of van plek of met andere zaken. Gedurende het jaar moeten we daarom wel eens aangeven dat we het vervoer niet kunnen bieden, maar eventueel later wel.”
Wat heeft geholpen in het goed kunnen regelen van de logistiek is het afspreken op een ophaalplek. Aanvankelijk werden de leerlingen thuis opgehaald. De tijd die erin ging zitten om huis-aan-huis te rijden bleek in de organisatie van het vervoer lastig te zijn. “Ouders moeten hun kinderen naar een ophaalplek bij hen in de buurt brengen”, vertelt Piekema. “Op de terugweg zetten we ze daar dan ook weer af. Zo blijven ouders ook verantwoordelijk voor het zelf brengen en halen van hun kinderen, dat vinden we belangrijk.” En er is nog een bijkomstig voordeel: “Afspreken op een plek waar je beide heen gaat schept een beetje contact met ouders dat er niet was toen we kinderen thuis op de stoep afzetten.”

Voor wie is er vervoer?

Piekema stelt dat het niet gaat om luxevervoer, omdat ouders bijvoorbeeld beide werken. “We proberen zo goed als mogelijk te kijken of het echt nodig is om voor een leerling vervoer te regelen. Bijvoorbeeld omdat ze anders niet op school arriveren.”
Uiteindelijk is het de bedoeling dat ouders weer zelf gaan halen en brengen. Daar werken we ook naar toe. Kijken wat er nodig is om het zelf te doen. Bijvoorbeeld leren fietsen, organiseren van ritme enz.

Ouders die aanspraak willen maken op vervoer kunnen een formulier invullen, dat door de vervoerscommissie wordt beoordeeld. Die commissie bestaat uit de directeur, de adjunct-directeur en Piekema. Vervoer is niet vanzelfsprekend, ook ouders waarvan het kind al in het vervoer heeft gezeten, moeten bij een nieuw schooljaar opnieuw een aanvraag doen. “We kijken dan secuur naar wat er echt nodig is en wat ouders eventueel zelf kunnen doen.” Dat is heel verschillend per leerling. “Het lukt bijvoorbeeld lichamelijk niet of niet elke dag..” Op basis van diverse afwegingen wordt de keuze gemaakt om een leerling wel of niet in het vervoer op te nemen. Ook krijgen de leerlingen niet alle dagen vervoer, dit omdat wij het contact van de ouders met de school belangrijk vinden.
Op dit moment loopt het vervoer volgens Piekema goed. “We zijn tevreden over hoe we het hebben neergezet.”

PO Magazine

Dit artikel is geschreven voor PO Magazine – Juni 2019. Meer Instondo?