Onderwijs en jeugdhulp samen over de schutting

PO-Magazine

Onderwijsprofessionals en jeugdhulpverleners streven hetzelfde doel na: de veiligheid en voorspoedige ontwikkeling van het kind op school en in het gezinsverband. Toch berust het verbond tussen onderwijs en jeugdhulp lang niet altijd op een gelukkige samenwerking. Een veelgehoorde klacht van de hulpverlening is dat het onderwijs moeilijke cases als het ware ‘over de schutting werpt’. Andersom klaagt de onderwijsprofessional geregeld over trage hulpverlening en gebrekkige communicatie bij de jeugdhulpverlening. De twee partijen zouden in theorie bevriend moeten zijn, maar in de praktijk is er geregeld sprake van wederzijds onbegrip en begripsverwarring. Dat genereert juist afstand.

Jantien Gerdes doet een nog lopend onderzoek genaamd ‘Onderwijs en jeugdhulp samen over de schutting’. Daaruit blijkt ook dat er nog altijd veel te winnen is in de samenwerking tussen professionals. Zowel de onderwijs- als de jeugdhulpprofessional zou ‘op het tuintrapje moeten klimmen en over de schutting gaan samenwerken’. Samen optrekken zorgt voor een integrale en innovatieve aanpak op de plaatsen waar dat nodig is. Passend onderwijs zou met een goede samenwerking beter kunnen slagen als het gaat om het terugdringen van de instroom in het s(b)o en het aantal thuiszitters.

De transitie van de jeugdzorg en de invoering van passend onderwijs lijken verschillende doelen te hebben. Maar er bestaat er wel degelijk een gezamenlijke maatschappelijke opdracht: samen dragen we er zorg voor dat kinderen zo veel als mogelijk thuisnabije ondersteuning krijgen. Onderwijsondersteuning en jeugd- een gezinszorg moeten op elkaar worden afgestemd. Dat resulteert in een grotere samenhang in de driehoek onderwijs-ouders-jeugdzorg.

 

Onderzoek naar samenwerkingsvormen

Het onderzoek richt zich op het vo. Er zijn enkele mentoren gevraagd naar de samenwerking met jeugdhulp. Unaniem zien zij de samenwerking als een coöperatie, waarbij de school een probleem ervaart en jeugdhulp dat probleem benadert als casus.

 

  1. De eerste trede op de trap om over de schutting samen te werken is uitwisselen van informatie. Deze samenwerkingsvorm komt overigens al heel lang voor en wordt in het onderzoek ‘coöperatie’ genoemd. Het contact is formeel en weinig intensief. Deze manier van samenwerken wordt beoordeeld als afstandelijk en traag. Ook de mogelijkheden om van elkaar te leren blijken er niet veel te zijn. Een van de bevraagde mentoren zegt over het verschil in beleving tussen beide werelden: “Soms krijgt de school een mooi groen formulier dat je moet invullen, het is ongeveer alle contact die er is.”
  2. Bij andere ondervraagde scholen is er op een meer structurele basis contact met elkaar. Daardoor ontstaat een betere structuur in de samenwerking. In het onderzoek wordt dat ‘coördinatie’ genoemd. De mentoren ervaren de stemming al anders: “Je kent elkaar heel goed en kunt altijd bij elkaar terecht. We proberen hen goed te begrijpen en dat merk je aan de inzet. Wat wij erin stoppen, stoppen zij er ook in. Dan is er ook een basis om gezamenlijk tot de beste oplossing te komen”. Dit is in Gerdes’ onderzoek de tweede trede om boven de schutting uit te komen. In elk geval is er sprake van een duurzamere verbinding, doordat informatie-uitwisseling op reguliere basis plaatsvindt en gecoördineerd is, bijvoorbeeld via interdisciplinaire overleggen. Er kan op deze manier een meer integraal afgestemde aanpak worden ontwikkeld bij ondersteuningstrajecten.
  3. De laatste trede om boven de schutting uit te komen is interdisciplinaire samenwerking, de zogenaamde ‘collaboratie’. Dit kan leiden tot afstemming in werkprocessen, opzet onderwijs-zorg settings en ook tot het gezamenlijk onderling leren van professionals, dat wordt expansief leren genoemd. Dit behelst niet primair het leren van nieuwe kennis. Het gaat juist om het verkrijgen van nieuwe inzichten, via kennis die van meerdere kanten bij een ondersteuningsvraag wordt ingebracht. Het is dus hard nodig dat kennis en kunde gedeeld worden onderling.
  4. Bovenop de schutting ontstaat de sterkste vorm van samenwerking. Dat is een sterk partnerschap, waarbij de kennis en de werkwijze uit meerdere domeinen daadwerkelijk worden verbonden. Dit resulteert in de integrale aanpak. De complexe vraagstukken die in het onderwijs aan de oppervlakte komen, kunnen via deze aanpak het best op een oplossing rekenen. Om het welzijn van leerlingen in de klas en op school te verbeteren, moeten onderwijs en zorg goed verbonden zijn in de onderwijs-zorgarrangementen. Overigens zal het welzijn van de leerling ook buiten de school verbeteren. Van professionals in beide domeinen vraagt dit een andere rol dan zij voorheen hadden. Zij zullen bij elkaar ‘over de schutting moeten’, wil een integrale aanpak op een goede manier ontstaan. Met name de intern begeleiders zullen het eerst en het meest te maken krijgen met de zorgvraagstukken in het primair onderwijs en dus ook met de aanpak om ze het hoofd te kunnen bieden. Zij vormen een heel belangrijke partner in het proces.

 

Dorpen aan de rivier

Gerdes vergelijkt de diverse naar samenwerking zoekende partijen met dorpen op de oevers van dezelfde rivier. Ze zijn als het ware buren en samenwerken is op allerlei vlakken handig, maar het water kan dat contact moeilijker maken. Het advies luidt: “Ga samen de rivier op en maak daarmee innovatie mogelijk. Laat je niet belemmeren en kruip op de schutting.”

Ook voor de schoolleiding zou er een sterk sturende rol zijn weggelegd om een breed gedragen samenwerking teweeg te brengen, tussen de jeugdhulpverlening, de mensen in het schoolteam en andere ketenpartners die de schol heeft.

Helaas wordt er de laatste twee jaar in diverse zich ontwikkelende samenwerkingsvormen weer een stapje teruggedaan. Dat heeft te maken met de interpretaties rondom de nieuwe privacy richtlijnen (AVG). Onderlinge uitwisseling en afstemming komt in sommige gevallen gierend tot stilstand. Dat is zorgelijk en zeker niet in belang van leerlingen en ouders.

 

Hoe kunnen we verbeteren?

Dat er in verschillende regio’s veel verschil zit in de intensiteit waarmee jeugdhulp en onderwijs samenwerken is duidelijk. Op veel plaatsen is verbetering gewenst. Dat wil zeggen: een stap richting een volgende trede. Maar hoe kun je dat vormgeven?

“Soms krijgt de school een mooi groen formulier dat je moet invullen, het is ongeveer alle contact die er is.”

Uit het onderzoek blijkt hiervoor een rol weggelegd ligt bij de opleiders. Zij zullen studenten in de situatie van vandaag anders voor moeten bereiden op het werken met passend onderwijs dan voorheen. Bijvoorbeeld door dit te verankeren in stageopdrachten die gericht zijn op het samenwerken met professionals uit de jeugdhulp. Studenten krijgen dan een kans om ook deze kant van de onderwijspraktijk al tijdens de opleiding te ervaren. Stagiaires zouden bijvoorbeeld de ondersteuningsstructuur op hun school in kaart kunnen brengen, om zich bewust te worden van het reilen en zeilen van de samenwerking op dit gebied.

Tot slot zouden gemeenten kunnen worden gestimuleerd te helpen bij het goed functioneren van een gestructureerde samenwerking, met korte lijnen tussen verschillende deelnemende partners. Maar bovenal liggen er kansen in de gezamenlijke opzet van onderwijs-zorgbeleid en de verankeringen hiervan in de educatieve agenda’s.

 

Werkplaats samennaarschool.org

Dit onderzoek is onderdeel van de academische werkplaats www.samenopschool.org. Dat is een plek waar onderzoek, beleid en praktijk op het gebied van onderwijs en jeugdhulp centraal staat.

 

De academische werkplaats ‘Samen op School’ wil bevorderen dat zo min mogelijk kinderen uitvallen op school en minder gebruik hoeven te maken van (zwaardere) vormen van ondersteuning. ‘Samen op School’ heeft zich tot doel gesteld om:

 

  1. Ontwikkelingskansen te verbeteren en achterstanden te voorkomen bij (met name kwetsbare) kinderen;
  2. De regie te vergroten van de ouders en de betrokkenheid van het netwerk rond het gezin en de 1ste lijn te versterken;
  3. Een passende plek in het reguliere primair en voortgezet onderwijs voor zoveel mogelijk kwetsbare kinderen te vinden;
  4. De samenwerking tussen gezin, school en jeugdhulp in de regio Flevoland en IJsselland te verbeteren.

 

De academische werkplaats ‘Samen op School’ richt haar activiteiten op twee hoofdvragen:

 

  1. Welke typen sturing en samenwerking dragen het meest bij aan de realisatie van de transformatiedoelen?
  2. Welke werkwijzen dragen bij aan een verbeterde samenwerking tussen ouders, jeugdigen, onderwijs en jeugdhulp?

 

PO Magazine

Dit artikel verscheen in PO Magazine, juni 2019. Meer Instondo?