SWV In The Picture: Driegang – Regio Gorinchem

PO-Magazine

Samenwerkingsverband Driegang strekt zich uit van Nieuw-Lekkerland tot aan Leerdam en van het Brabantse Hank tot aan Lexmond, met de wat grotere stad Gorinchem in het midden. Het samenwerkingsverband heeft te maken met zes gemeenten, tientallen dorpskernen en tweeënnegentig scholen met samen ongeveer zestien duizend leerlingen. Om passend onderwijs te realiseren wordt intensief met ouders en professionals gekeken hoe het meest passende onderwijs op scholen kan worden vormgegeven.

Het mt van het samenwerkingsverband bestaat uit drie coördinatoren. “We hebben best een bijzonder samenwerkingsverband. Toen we startten in 2014 kwamen de scholen uit drie verschillende WSNS-verbanden. Deze WSNS-verbanden waren samengesteld op basis van identiteit. Die structuur is grotendeels meegenomen in de huidige organisatie van het samenwerkingsverband”, vertelt Henric Bezemer, een van de coördinatoren. “De scholen die oorspronkelijk bij elkaar hoorden komen bijeen in een zogeheten kamer.” Er zijn dus drie kamers, met elk een eigen coördinator. Dat verklaart ook de naam ‘Driegang’.

Binnen die kamers ontmoeten de scholen elkaar. “IB’ers hebben er bijvoorbeeld gezamenlijke bijeenkomsten, maar ze zijn er vooral op gericht om kinderen dicht bij huis passend onderwijs te bieden”, legt Bezemer uit. Dat de samenstelling van de kamers min of meer de oorspronkelijke indeling heeft behouden heeft voordelen, zo wordt ervaren. De scholen kennen elkaar al langer, dingen die goed liepen zijn vanaf 2014 verder uitgebouwd.

Bij de start van passend onderwijs zijn we met min of meer apart van elkaar staande kamers begonnen”, aldus Bezemer. “En als we nu nieuwe dingen gaan starten, dan pakken we die gezamenlijk op. Ook al lijken het vanaf een afstandje misschien nog steeds losstaande kamers, er wordt veel samengewerkt. We hebben een gezamenlijk jaarplan bijvoorbeeld. In de praktijk worden de kamers steeds meer een geheel.” Wel probeert het samenwerkingsverband vast te houden aan de kamerstructuur bij kleinere overleggen. Bezemer: “De lijntjes zijn er kort, je zit met minder scholen in een kleiner groepje en er is een heel hechte samenwerking die waardevol is. We merken dat het makkelijker wordt om kinderen een passende plek dicht bij huis te geven als we ons op die manier organiseren.”

 

Groot gebied

De scholen die onder het samenwerkingsverband vallen zijn verdeeld over een groot geografisch gebied. Van de ene uithoek naar de andere is ongeveer 50 kilometer. Het gebied bestaat vooral uit een heleboel kleine plaatsen. Elk dorp heeft maar een school en soms twee. “Dat maakt dat je in het kader van passend onderwijs steeds kijkt wat er thuisnabij lukt en wat niet meer. Thuisnabij is dan waar mogelijk op de school in het dorp”, ervaart Bezemer. “Wij proberen om zoveel mogelijk op de school zelf te organiseren, en dat lukt best goed. Via arrangementen en ambulant begeleiders proberen we passend onderwijs naar het kind toe te halen.”

Het is belangrijk om in het dorp wat te kunnen betekenen. Als dat niet lukt, is de afstand die in een busje moet worden afgelegd meteen relatief groot naar een van de sbo-scholen of een andere reguliere school waar het wel lukt. Voorkomen dat een kind het dorp uit moet is een belangrijk aandachtspunt.

Bezemer: “Als we naar de getallen kijken, lukt ons dat ook wel. Wat betreft de deelnamecijfers van het speciaal (basis) onderwijs zitten we fors onder het landelijk gemiddelde. Dat toont de energie en de ambitie die er bij onze scholen is om passend onderwijs echt voor elkaar te krijgen en waar te maken. De soms negatieve manier waarop passend onderwijs in het landelijke nieuws voorkomt herkennen wij niet. En wij is in de breedste zin van het woord. Zowel leraren, ouders als medewerkers van Driegang.”

 

Regioacademie

Het succes van passend onderwijs zit erin dat je er met zijn allen voor gaat, vindt  Bezemer. “We merken dat men het ook echt wil, van bestuurder tot aan leerling en van leerkracht tot aan ouder. Dat willen we natuurlijk ook volhouden. De ambitie en de energie is mooi, maar dan moet je het bijvoorbeeld als leraar wel voor een groep ook kunnen volhouden. Om daaraan te werken bieden we onder meer een eigen scholingsaanbod, de Regioacademie. Hier hebben we een breed aanbod aan cursussen die te maken hebben met passend onderwijs. Dit jaar is er een pallet met 140 verschillende cursussen. De onderwerpen variëren van differentiëren met rekenen tot ‘de volgende stap als expert hoogbegaafdheid’.” Jaarlijks maken ongeveer 700 tot 800 leraren gebruik van het aanbod in de Regioacademie. “Doordat we de cursussen als 92 scholen gezamenlijk oppakken, lukt het ons om zo een breed aanbod te bieden. We bieden dat kostendekkend aan. Een deelnemer (school) betaalt een bepaald bedrag en onderaan de streep kost het niets voor het samenwerkingsverband. In totaal hebben we daar dus geen kosten aan, maar we hebben wel heel rijke en stevige nascholingsmogelijkheden om onze leraren zo goed mogelijk uit te rusten.”

 

Monitor

Het samenwerkingsverband houdt de stand van passend onderwijs secuur bij en kan aan de hand daarvan zeggen dat passend onderwijs goed gaat. Met een jaarlijkse monitor, aan de hand van vragenlijsten, wordt bij ib’ers en directeuren gepeild hoe het ervoor staat en hoe tevreden zij zijn. Ook worden ouders jaarlijks gevraagd naar de tevredenheid over de geboden extra ondersteuning via een vragenlijst. Met name op het gebied van expertise en het bieden van meerwaarde voor een kind wordt goed gescoord. “Van hen krijgen we een ruime acht”, zegt Bezemer trots. “Het zijn reacties waaruit we kunnen afleiden dat het goed gaat met passend onderwijs.”

 

PO-Magazine

Dit artikel verscheen in PO-Magazine van september 2019.