Tag Archive for dorstlezer

Het is weer broedseizoen

dorstlezer - buizerd broedseizoen

In mei….. juist, het bos zit weer vol met broedende vogels. Dat duurt ongeveer tot halverwege juli, daarna zijn de jonkies uitgevlogen en is het vogelleven weer helemaal de oude. Tot die tijd is er een hoop gekwetter en een schichtig heen en weer gevlieg tussen de (beschutte) nesten.

Buizerd in het broedseizoen

Maar wees ook op je hoede. Niet alleen de merel, zwaluw en andere kleine vogels brengen in deze periode hun kroost groot. Dat geldt ook voor menig uil of buizerd. In de buurt van het Cadettenkamp in de buurt zijn al meldingen van nestelende buizerds.

Als hun jonkies uitkomen willen deze grote, veel voorkomende roofvogels graag rust. Als wandelaars, fietsers of mensen met hond per ongeluk te dicht in de buurt komt, kan de buizerd uit zelfverdediging toeslaan. Hij zal dan soms een flinke tik kunnen uitdelen.

Buizerds zijn veel voorkomende vogels in Nederland en zeker ook in onze streek. Ze kunnen groot zijn en zijn vaak te herkennen aan hun witte borst. Niet elke buizerd valt aan als je in de buurt van zijn nest komt, maar sommigen doen dit wel. Het is een soort territoriaal gedrag.

Buizerds die dit wel doen, doen dit dus puur uit bescherming voor hun kuikens. Dit duurt een periode van ongeveer zes weken, dus ongeveer media juli ben je er weer vanaf.

 

Wat doe je ertegen?

Zo’n voorval is misschien minder eng dan het klinkt. Hij zal je nooit als prooi behandelen, maar je alleen willen verjagen. Dit kun je verhelpen door bijvoorbeeld een paraplu mee te nemen. Deze hoef je niet eens uit te klappen, omhoog steken is vaak al voldoende om genoeg afstand te bewaren. In dat geval kom je met een stok uit het bos ook al heel ver.

Weten hoe het eruit ziet? Er zijn op YouTube meerdere video’s over te vinden.

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer van mei 2019.

Nieuws uit het bos: De winter voorbij

De winter heeft al plaatsgemaakt voor de eerste lentezon. Na een droge zomer is er eigenlijk nog steeds te weinig neerslag om de grondwaterstanden op peil te krijgen. Natuurbeheer en de waterschappen proberen dit zo goed mogelijk te regelen. Het is toch een beetje spannend hoezeer de natuur in de bossen geleden heeft onder de droogte van de afgelopen twaalf maanden.

Dat gaan we de komende maanden zien. De komende maanden zal opvallen dat sommige bomen en struiken het lastig hebben of het zelfs helemaal niet hebben gered. Aan andere planten zal weinig te zien zijn. Hoeveel schade er is en waar deze precies te zien zal zijn is zo aan het einde van de winter vaak nog lastig te zeggen. Maar vanaf nu wordt het tijd om goed rond te kijken. Overigens speelt het weer van de komende maanden ook een grote rol. Het moet niet te droog worden, maar ook niet te koud.

Ook voor Staatsbosbeheer is het einde van de winter ingetreden. Her en der is sinds begin februari al veel gekapt. Dit jaar zijn vooral de Seterse Bergen en De Vijftig Bunder aan de beurt voor groot onderhoud.

En dat groot onderhoud kan er rigoureus uitzien. Het doel is vooral om ruimte te scheppen voor de bomen, om op termijn een divers bos te creëren. “Het doel van de werkzaamheden is om bomen te verwijderen om licht en ruimte te maken voor bestaande bomen die dan dikker kunnen worden. Door meer licht en ruimte te creëren krijgen jonge bomen de kans om te ontkiemen, dit komt de variatie van het bos ten goede. De werkzaamheden vallen onder regulier beheer dat noodzakelijk is om het bos toekomstbestendig te houden. Bos blijft Bos”, legt boswachter Floris Hoefakker uit.

Hoe heftig de kap er soms ook uitziet, Staatsbosbeheer houdt de schuilplaatsen van dieren, hoe klein ook, zorgvuldig in de gaten. Het bos blijft een multifunctioneel karakter hebben. Dat wil zeggen dat recreatie, landschap, cultuurhistorie, natuur en duurzame houtproductie allemaal plaatsvindt. Het hout komt terecht in Nederland en de opbrengst wordt weer gebruikt voor het bosbeheer.

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer van maart 2019.

Staatsbosbeheer vindt bossen Dorst te druk

De bossen in West-Brabant, dus ook die in Dorst, zijn te druk volgens Staatsbosbeheer. Wandelaars, hardlopers, hondenbaasjes, fietsers, mountainbikers en zelfs uitlaatservices maken gebruik van de ruimte in de bossen. Het bos zou overvol zijn.

Om de drukte te temperen is de hondenuitlaatservice de gebeten hond. Vanaf 1 januari mogen zij met minder dieren tegelijk de bossen in. Bovendien betalen ze nu een bedrag om überhaupt van de openbare bossen gebruik te mogen maken van hun diensten. Zij tekenen hiervoor een gebruikersovereenkomst. Deze hebben zij nodig om met de honden van hun klanten de bossen te betreden. Het bedrag dat de bedrijven betalen varieert van 60 tot 90 cent per hond per bezoek. Het aantal honden dat tegelijk met een baasje het bos in macht is gesteld op acht.

Juist de groepen honden zijn de klos, omdat zij de meest storende factor zijn in de leefgebieden van de dieren die in het bos zijn. ‘Gasten’ moeten daarmee rekening houden. Bovendien neemt het aantal uitlaatservices in rap tempo toe. En niet elk baasje houdt even veel rekening met de bewoners van de bossen.

Hondenuitlaatservices hoeven overigens nog niet meteen te voldoen aan de nieuwe eisen. Staatsbosbeheer heeft hiervoor een coulanceregeling getroffen. Het moet ook voor de bedrijven die van het bos gebruikmaken wel te organiseren zijn. Ze krijgen een jaar de tijd om de ‘groepsgrootte’ te laten slinken.

Boswachters signaleren overigens niet alleen overdag drukte. Ook allerlei nachtelijke escapades van droppings tot aan illegale feestjes verstoren het bosleven geregeld. Of mountainbikers die met felle lampen op hun fiets in de avond door de bossen crossen. De uitlaatservicevergunningen moeten er in elk geval voor gaan zorgen dat de drukte wordt gespreid over de dag. Er is geen spitsuur meer. Wel wil Staatsbosbeheer de bossen tot een algemeen goed houden: ‘er kan nog steeds heel veel, alleen het leven moet niet teveel worden verstoord.’

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer – Januari 2019

Dorstlezer: Langverwacht fietspad Dorst gaat er komen

Na lang getouwtrek in de gemeente lijkt het nu onafwendbaar dat er een fietspad wordt aangelegd tussen Oosterhout-Zuid en Dorst. Dit pad is gepland langs de Hoevestraat en de Wethouder van Dijklaan. Deze wegen worden een stuk veiliger voor de fietsende Nederlander. Volgens deze plannen start de aanleg al begin 2018.

Zo’n veertig jaar probeert Dorst al overeenstemming te krijgen over het verloop. De gemeenteraad bleek uiteindelijk in oktober bereid om goedkeuring te geven aan de plannen. De uitslag van 28 stemmen voor en een tegen geeft het beeld van een brede steun. Die is er niet zonder blikken of blozen gekomen.

De weg wordt veiliger omdat het fietspad vrij komt te liggen van de autobaan. Voor de lezer die de huidige weg niet kent: er ligt nu een smalle strook met een stippellijn op de autobaan. Hiervan is de toegestane snelheid 60 kilometer per uur. En er rijdt veel verkeer. Tellingen zeggen dat er dagelijks ongeveer 300 auto’s voorbijkomen. Dat zou gevaarlijke situaties opleveren. En dat wordt niet met halve maatregelen aangepakt. Als er een fietspad komt, dan meteen een forse van 3,5 meter. De kostenramingen van de plannen komen uit op ongeveer 1,25 miljoen euro. Bij de aansluiting aan de Burgemeester De Materlaan in Oosterhout wordt het pad ingepast in de bestaande verkeerssituatie bij het viaduct over de A27.

Kritiek was er wel vanuit de natuurliefhebber. Om een vrije strook te maken gaan we onvermijdelijk bomen tegen de vlakte. Deze natuur moet gecompenseerd worden. Ook de verlichting zou de fauna aantasten. De meeste vraagtekens werden gezet bij de veiligheid. Er zouden te scherpe bochten in de fietspadplannen zitten en er moet nog een mauw gepast worden aan de oplossingen in de kruising bij de Hoevestraat en de Wethouder van Dijklaan. Maar een ding is zeker: er kan binnenkort veilig naar Oosterhout heen en weer worden gefietst.



Dorstlezer

Dit artikel verscheen in De Dorstlezer, editie 5 van 2018.

Dorstlezer: Bossen zijn ‘geen kinderboerderij’

Schotse Hooglanders 'kinderboerderij' Dorst

Voor de september edietie van De Dorstlezer schreef ik dit artikel over koeien:



Bossen zijn ‘geen kinderboerderij’

De loslopende Schotse hooglanders in de bossen zijn mooi, ze hebben er een goed leven en worden gewaardeerd door de vele wandelaars. Maar ze zijn geen attractie. “Het is hier geen kinderboerderij”, zegt eigenaar van de beesten Dirk Geleijns.

Ondanks de grote leefruimte waar de beesten nu kunnen lopen overweegt Geleijns de koeien weg te halen in het bos omdat ze vaak als attractie dienen voor wandelaars. Dat maakt ze gevaarlijk. Er worden selfies gemaakt, honden rennen erachteraan en een enkele keer wordt er zelfs een kind opgezet. “Je zet je kind toch ook niet op een tijger”, verzucht de eigenaar. “De beesten wegen zevenhonderd kilo en de horens zitten er ook niet voor de sier”, weet hij.

De eigenaar citeert een bijschrijft van een selfie: ‘‘’Oei, na het nemen van deze foto moest ik rennen’. Dan kom je dus te dichtbij.” De minimaal toegestane afstand is 25 meter. Het gevaar van dichtbij komen is vooral dat de beesten ongelukkig kunnen bewegen volgens Geleijns: “Er zit geen greintje agressie in deze koeiensoort. Maar alleen al het hoofd schudden kan ervoor zorgen dat je per ongeluk wordt geraakt door een hoorn.”

Staatsbosbeheer overweegt honden totaal te verbieden in het loopgebied. Nu moeten zij worden aangelijnd, op het overtreden van die regel staat al een boete van 90 euro. De hooglanders zijn nodig om het gebied te onderhouden volgens Staatsbosbeheer. Tot het einde van het jaar kijken Staatsbosbeheer en Geleijns het nog aan.

Aan de bosbezoeker dus de boodschap om op te letten in het gebied, afstand te houden, de kuddes niet te doorkruisen en de beesten vooral niet te aaien of aan te raken. Daarmee zijn de regels opgesomd. Eind dit jaar besluiten Staatsbosbeheer en Geleijns: of de honden of de hooglanders het eventueel moeten ontgelden.

Dorstlezer: Groep 5 en 6 doen zich tegoed aan natuur

Het Bewaarde Land

De Dorstse bossen vormen dit voorjaar weer het decor van het project ‘Het Bewaarde Land’, waar kinderen van verschillende basisscholen in de buurt de bosrijke natuur beleven. Zij ondervinden in aan den lijve wat er allemaal te vinden is en wat voor schatten zich de vrije natuur schuil houden. “Jullie geloven het niet, maar dit beestje is over een tijdje echt een lieveheersbeestje”, zegt een van de begeleiders over een gevonden beestje.

“De leerlingen maken kennis met de natuur op een speelse manier”, legt projectleider Marc Vromans uit. Vrouwtje Fleur staat centraal voor de leerlingen. “Dit is een kruidenvrouwtje, waarmee de kinderen allerlei eetbare kruiden gaan plukken, zoals brandnetels. Vrouwtje Fleur maakt soep van alle geplukte ingrediënten.” Vrouwtje Fleur heeft ook enkele zogenoemde wachters. Groepjes kinderen gaan onder begeleiding van zo’n wachter het bos in. Elke wachter is gekoppeld aan een der elementen, dus lucht, water, vuur en aarde. De klassen gaan in totaal drie dagen op ontdekking in het bos.

De eerste dag gaan zij op zoek naar sporen van dieren en gaan ze luisteren naar geluiden van vogels. Ook moeten ze iets zoeken dat ze niet kennen, daarna gaan ze dat leren kennen. De wachters hebben een tas met handig gereedschap, bijvoorbeeld een vergrootglas of een ontdekkingspotje. Ook kleine dingen kunnen daarmee worden ontdekt. De tweede dag leren de leerlingen over de aanwezige bomen, eik, beuk, berk en den. Geblinddoekt voelen zij aan de bast en ze mogen er ook –ongeblinddoekt- in klimmen. De laatste dag maken zij hun eigen plek in de natuur, een stek waar zij zich helemaal thuis kunnen voelen. Op school hebben zij werkboeken om de stof te kunnen verwerken tot concrete lesstof. In het bos is er geen pen en papier.

“Het is mooi om te zien hoe kinderen hun grenzen verleggen”, vertelt Vromans. “Sommigen moeten wennen aan de vrijheid en de ruimte, maar daar komen ze wel uit. Ze ontdekken veel en leren hoe zij met natuur om moeten gaan. Het Bewaarde Land vindt plaats in vier natuurgebieden in Brabant, dat draait dankzij 130 vrijwilligers. Zij worden speciaal opgeleid tot wachters. “Binnenkort mogen we weer een aantal mensen opleiden”, zegt Vromans vergenoegd.

Dit bericht verscheen in De Dorstlezer van maart 2017.