Twents model: jeugdhulp in de school

PO-Magazine

De regio Twente organiseert gezamenlijk de inkoop van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Vanaf 2019 wordt onderwijs en jeugdhulp samengebracht volgens een nieuw Twents model Eelco Eerenberg, wethouder Jeugdhulp en Onderwijs in Enschede, neemt ons mee door het traject waarin dit ‘Twentse model’ is ontstaan.

 

Twents model

In de regio waren onderwijs en jeugdzorg twee gescheiden werelden. Het bleek moeilijk om jeugdhulp snel beschikbaar te hebben; hulp kwam vaak te laat op gang. Ook werd afstemming met het onderwijs en de onderwijsondersteuning gemist. Alleen door het samenbrengen van die twee werelden kunnen kinderen gezond en veilig opgroeien en de onderwijskansen maximaal benutten. Met die doelen voor ogen is Eerenberg praktisch aan de slag gegaan. Er werd in 2017 een conferentie georganiseerd voor allerlei mensen in het veld: het onderwijs, de kinderopvang, JGZ, de gemeente, welzijnsorganisaties en de wijkteams.

Daaraan voorafgaand is er een gezamenlijke reis naar Denemarken geweest.

 

Denemarken

Eerenberg: “We zijn om te beginnen in 2016 gaan kijken in Denemarken, daar gaat dit namelijk al langer goed. We huurden een bus waar alle betrokkenen in konden. Alleen al tijdens die reis hebben we goede stappen gezet om samen te komen. Na de reis was er veel inspiratie opgedaan en lag er een basis. We hebben een aantal dingen overgenomen. Bijvoorbeeld dat dezelfde taal gesproken wordt, er is een gedeeld begrippenkader. Maar ze hadden ook een gekanteld piramidemodel, met in de top een stippellijn. Alles onder die lijn wordt in de school georganiseerd.”

 

Samenwerken ín de school

De regio wil via een goede samenwerking graag inzetten op preventief signaleren. “De truc is om kinderen die dreigen het moeilijk te gaan krijgen vroegtijdig op te sporen”, zegt de wethouder. “Zowel het onderwijs, als de jeugdhulp zijn daarbij essentieel. Als vindplaats, maar ook als werkplaats.

We zetten een grote beweging op touw om de jeugdhulp naar het onderwijs te brengen”. Volgens Eerenberg zijn er veel voordelen voor het samenbrengen: jeugdhulp ín de school: “Er komen zo bijvoorbeeld extra handen in de school.

Die kunnen ook helpen als het in een klas hard werken is. Leerlingen hoeven niet meer met speciaal vervoer naar instellingen buiten school, maar ze kunnen in de school geholpen worden. Ouders kunnen beter worden betrokken en op termijn wordt het voor de regio ook goedkoper.”

 

De bedoeling is dat een aanbieder in de school zit en een klas helpt. Groepsarrangementen en collectieve inkoop pakken uiteindelijk goedkoper uit dan dertig individuele indicaties, zeker als er vroegtijdig en direct gehandeld kan worden. De hulp is immers al geregeld en beschikbaar! Er gaat geen kind de school uit voor ‘hulp’ die al aanwezig is. De eigen school is vaak al een veilige omgeving waar vriendjes en vriendinnetjes aanwezig zijn die kunnen helpen. Pas in het allerbovenste puntje van de gekantelde driehoek heb je gespecialiseerde hulp op een andere locatie nodig. Eerenberg: “Er is hier in Twente dus een enorme focus op het zo lang mogelijk samen oplossen binnen de community van de school.” De gemeente heeft de wijkcoaches ingezet als katalysator om organisaties samen te brengen. Onderwijs en jeugdhulp worden meegenomen bij de inkoop van jeugdhulp.  Het gevolg is dat er afstand wordt gedaan van ‘een woud’ aan kleine zorgaanbieders. Er zijn in 2018 zes pilotscholen geselecteerd waar in de school een jeugdhulpaanbieder komt, die de school ontzorgt.

 

Pilot ‘OJA’

In Enschede zelf richt Linda Kuiper, senior adviseur Sociaal Domein,  zich op de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp in de gemeente Enschede. Zij is van meet af aan nauw betrokken bij de nieuwe werkwijze. Ook zij noemt de Denemarkenreis als een goed begin. “Al veel langere tijd is er samenwerking met het onderwijs, maar de decentralisatie zagen wij als een kans om de samenwerking verder te verstevigen. Onderwijs en gemeente willen feitelijk hetzelfde. Samen in gesprek gaan geeft inzicht in de struikelpunten, maar ook in elkaars opgave. De gekozen werkwijze heeft ons ook veel energie en inzicht opgeleverd.” Toen men elkaar had gevonden zijn er themagroepen opgericht in Enschede binnen onderwijs en jeugdhulp. In een volgend stadium zijn daar ook andere partners in betrokken. Samen wordt bekeken welke thema’s opgepakt en vormgegeven kunnen worden.

“De pilot waarbij de jeugdhulppartner in de school aanwezig is noemen we ‘oja’, dat staat voor onderwijs-jeugdhulp-arrangement. Hierbij zijn onderwijsorganisaties betrokken, jeugdhulporganisaties en de wijkteams,” vertelt Kuiper. “We willen zo vroeg en zo snel mogelijk de kinderen de ondersteuning geven die ze nodig hebben. De school is een perfecte plaats om vroeg te signaleren. Maar ook een veilige plek om snel en effectief hulp te bieden. Dat hopen we met de pilot oja te bereiken.“

 

Toekomstdroom

In schooljaar 2018-2019 is de pilot op zes scholen dus gestart. De proef loopt drie jaar. In die tijd moet blijken wat goed werkt en waar eventueel nog bijsturing nodig is. Op een andere school loopt al langer een ander initiatief.

“Die loopt hierop vooruit, we noemen dat de alles-in-een-school”, zegt Eerenberg. “Die is van 7 tot 7 open en ouders kunnen er ook taalles krijgen. Enschede heeft een aantal gemeenschappen waar taal een uitdaging is, ook voor ouders. Met dat soort mooie combinaties zijn we begonnen. Dit soort zaken hebben we straks samen gerealiseerd op de alles-in-een-school en de zes pilotscholen. Mijn droom is om de zorgcombinatie naar alle scholen te kunnen uitrollen. Het is tevens mooi meegenomen als we op deze wijze de allergrootste klachten op onze scholen – werkdruk en complexiteit – kunnen wegnemen en hen zo ontzorgen. Dat is goed voor het werkplezier van leraren en goed voor kinderen. Als we over twee jaar evalueren hoop ik dat we hierin zijn geslaagd.”

 

Po-Magazine

Dit artikel is geschreven voor het blad PO-Magazine, december 2018, van uitgeverij Instondo.